Van deze aftrekposten in belastingaangifte kunnen ondernemers profiteren

Van de 1,2 miljoen ondernemers die dit jaar belastingaangifte moeten doen, is een op de drie van plan dat zelf te regelen. Door gebruik te maken van aftrekposten kunnen zij hun winst verlagen, zodat hierover minder belasting hoeft te worden betaald. Waar moeten deze doe-het-zelvers op letten?

Ondernemers kunnen nog tot 1 mei aangifte doen voor de inkomstenbelasting. De belastingaangifte voor ondernemers bestaat uit een privédeel en een zakelijk deel. Het eerste is grotendeels vooraf ingevuld en moet vooral goed nagekeken worden. Voor het zakelijke deel moeten ondernemers zelf aan de bak.

Om de aangifte goed te kunnen doen, is het noodzakelijk om gedurende het hele jaar de administratie nauwgezet bij te houden. Dat is niet alleen wettelijk verplicht, maar daarmee kun je ook bewijzen dat je recht hebt op bepaalde regelingen en aftrekposten. Bewaar dus alle bonnetjes en facturen voor de onderneming.

Zakelijke kosten

Privéuitgaven die je als ondernemer maakt zijn natuurlijk niet aftrekbaar, maar zakelijke kosten kun je van de winst aftrekken.

Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten voor werkkleding, zakelijke telefoongesprekken, vakliteratuur, zakelijke reiskosten, zakenlunches en congressen. Als kosten zowel zakelijk als privé zijn, komt alleen het zakelijke deel in aanmerking als aftrekpost. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een smartphone die zowel privé als voor de zaak wordt gebruikt.

Zakelijke kosten kun je in een keer aftrekken. Dat geldt voor kosten die betrekking hebben op één jaar of die onder een bedrag van 450 euro blijven. Als dit niet het geval is, moeten de kosten over meerdere jaren worden gespreid, oftewel afgeschreven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de restwaarde.

Mkb-winstvrijstelling

Als ondernemer heb je recht op de mkb-winstvrijstelling. Dit is een aftrekpost op de geboekte winst uit een of meer ondernemingen.

Het gaat om een percentage van de winst. In 2016, 2017 en 2018 is dit percentage 14 procent, nadat deze verminderd is met de ondernemersaftrek. De mkb-winstvrijstelling verlaagt je winst, zodat je minder belasting over die winst hoeft te betalen.

De Belastingdienst past de mkb-winstvrijstelling automatisch toe. Als de onderneming echter verlies draait, pakt de vrijstelling nadelig uit. Dit komt doordat in dat geval het fiscale verlies wordt verkleind in plaats van de fiscale winst.

Oudedagsreserve

Je mag jaarlijks een deel van je winst reserveren voor de oudedagsvoorziening, de zogenoemde oudedagsreserve. Dankzij deze reservering wordt over een deel van de winst geen belasting geheven, wat een belastingvoordeel oplevert.

Ondernemers kunnen bijvoorbeeld een lijfrente aanschaffen bij een verzekeraar om een potje voor hun pensioen op te bouwen.

Om in aanmerking te komen voor de oudedagsreserve, moet je ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting en voldoen aan het urencriterium. Dit houdt in dat je minimaal 1.225 uur aan je onderneming besteedt in het betreffende kalenderjaar. Ook mag aan het begin van dat kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt zijn. 

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Als je hebt geïnvesteerd in nieuwe of tweedehands bedrijfsmiddelen, kun je een percentage van de investering aftrekken van de behaalde winst via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (kia). Hierdoor betaal je minder belasting.

Voor 2017 gaat het om een totaal investeringsbedrag tussen de 2.300 en 312.177 euro. Investeringen van minder dan 450 euro mogen niet meegeteld worden. 

Personenauto’s zijn uitgezonderd van de kia, tenzij ze bestemd zijn voor beroepsvervoer, zoals bijvoorbeeld taxi's. Ook kun je een investering in woonhuizen, grond en goederen die je verhuurt of in het buitenland gebruikt, niet aftrekken. 

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek is eveneens een aftrekpost op het belastbaar inkomen van ondernemers. Om ervoor in aanmerking te komen, moet je worden gezien als ondernemer voor de inkomstenbelasting en voldoen aan het urencriterium.

De aftrek bedraagt maximaal 7.280 euro. Als je hieronder blijft met je winst, is de zelfstandigenaftrek het bedrag van de winst. Als de winst te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal te kunnen gebruiken, wordt het restant in de komende negen jaar verrekend, mits de winst dan hoger uitvalt dan de zelfstandigenaftrek in die jaren. 

Als je recht hebt op de startersaftrek is de zelfstandigenaftrek sowieso 7.280 euro, ook als de winst lager uitpakt.

Wie op 1 januari de AOW-leeftijd heeft bereikt, kan aanspraak maken op een zelfstandigenaftrek van 3.640 euro, of de winst als die lager is dan dat bedrag.

Startersaftrek

Op de startersaftrek heb je recht als je ook recht hebt op de zelfstandigenaftrek en als je die de afgelopen vijf jaar maximaal twee keer hebt gebruikt. Ook moet je in één of meer van de afgelopen vijf kalenderjaren geen ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn geweest.

Als starter kun je 2.123 euro aftrekken, boven op de zelfstandigenaftrek. Voor ondernemers die op 1 januari de AOW-leeftijd hebben bereikt, geldt een bedrag van 1.062 euro.

Meewerkaftrek

Als je fiscale partner 525 uren of meer in het bedrijf werkt zonder daar een vergoeding voor te krijgen, of als de vergoeding hiervoor minder is dan 5.000 euro, heb je recht op meewerkaftrek. Daarvoor moet je wel ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting en voldoen aan het urencriterium.

Het aantal meegewerkte uren moet wel goed worden bijgehouden. Als het om 525 tot 875 uren gaat, mag je 1,25 procent van de winst aftrekken. Dit percentage loopt stapsgewijs op tot 4 procent van de winst bij 1.750 uren of meer.

Het bedrag van de meewerkaftrek geldt niet als inkomen voor de partner, die daarover dan ook geen belasting hoeft te betalen.

Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk

Ondernemers die jaarlijks zelf minimaal vijfhonderd uur aan speur- en ontwikkelingswerk uitvoeren, kunnen de werkzaamheden hiervoor aftrekken. Daarvoor is wel een Speur- en ontwikkelingsverklaring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) nodig.

De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk bedraagt 11.806 euro. Hier komt 5.904 euro bovenop voor ondernemers die in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer waren en in diezelfde periode niet meer dan twee keer gebruik hebben gemaakt van de zelfstandigenaftrek.

Lees meer over:
Tip de redactie