Binnenkort wordt één van de twee overgebleven Auto Union D-type raceauto?s geveild door Christie's in Parijs. Het veilinghuis verwacht er een recordopbrengst van een kleine negen miljoen euro. Daarmee is het de duurste klassieker ooit.

Binnenkort wordt één van de twee overgebleven Auto Union D-type raceauto?s geveild door Christie's in Parijs. Het veilinghuis verwacht er een recordopbrengst van een kleine negen miljoen euro. Daarmee is het de duurste klassieker ooit.
Christie's biedt een Auto Union D-type raceauto ter verkoop aan. Er wordt ingezet op een bedrag van zo'n negen miljoen euro. Tot nu toe is een Bugatti Royale uit 1931 de duurste auto ooit. Die bracht twintig jaar geleden een dikke acht miljoen euro op.
De Auto Union komt uit de verzameling van Abba Kogan, een Braziliaan die in Monaco woont. Deze auto is een van de twee overgebleven Type-D's en won in handen van Tazio Nuvolari de grand prix van Joegoslavië en met Hermann Müller achter het stuur de GP de grand prix van Frankrijk. De tweede nog overgebleven raceauto van dit type staat in het museum van Audi.
De 485 pk sterke raceauto's die vanaf 1934 in actie kwamen, haalden al 300 km/u en tijdens een snelheidsrecordpoging zelfs 402 km/u. Na de oorlog werden de twee Type-D's meegenomen door de Russen. In 1982 werden ze daar ontdekt door de Amerikaan Paul Karassik. Hij haalde ze helemaal uit elkaar en smokkelde ze in de dubbele bodem van een camper naar het westen. Daar werden ze gerestaureerd door de Engelse Bugatti-specialist Crosthwaite & Gardiner. Vanuit daar zijn ze verkocht aan Audi en de Braziliaanse verzamelaar.