AMSTERDAM - Wie de klim naar het interieur heeft volbracht, waant zich aan boord van een Lotus Exige. En dat is onverwacht, want de Europa S is juist bedoeld als een wat comfortabeler alternatief voor een Spartaanse Lotus.

Voor de Europa S heeft Lotus Toyota links laten liggen als motorenleverancier. In plaats daarvan is er bij General Motors ingekocht, zodat de Europa S dezelfde motor aan boord heeft als de Opel Astra 2.0 Turbo.

Beuk

Al heel vroeg komt er een forse beuk kracht in je rug, waardoor je in deze auto heel lui kunt schakelen. Het grappige is dat er rond de 4.500 tpm nog een extra stoot bijkomt, voor het geval je lekker wilt spelen staat dat garant voor extra plezier.

De motor is achter de stoelen geplaatst, klinkt wat minder venijnig dan die van de Exige en de Elise, maar is gelukkig nog steeds verre van geciviliseerd. De motor snuift en brult, de turbo fluit overal bovenuit en wanneer je ineens van het gas af gaat, klinkt het alsof je een stofzuiger uitschakelt.

Wanneer je bij warm weer langzaam rijdt, gonzen de twee ventilatoren in de neus er driftig op los om het inferno achter je in bedwang te houden.

Duiveltje

Het beschavingsduiveltje is vrijwel volledig voorbijgegaan aan de ophanging. De Europa S is gewoon snoeihard, zoals een Lotus hoort te zijn. Elk steentje, elke oneffenheid in het wegdek wordt krachtig doorgegeven.

Stuurbekrachtiging vond Lotus dankzij het lage gewicht niet nodig. Stapvoets rangeren vergt een hoop spierkracht, maar echt rijdend heb je heel veel gevoel in je stuur. De zesbak laat zich gemakkelijk bedienen, maar de slagen zijn wat aan de lange kant.

Verschijning

Uiterlijk is de Europa S een prachtige verschijning. Minder extreem dan een Exige, zonder ‘soft’ te worden en zonder het typische Lotus-gezicht te verliezen. Tussen de motor en de achterkant is zowaar een acceptabele kofferruimte ontstaan, hoewel hij ontoereikend blijkt voor twee bescheiden rugzakken en een fototas.