Het zal je misschien wel eens opgevallen zijn dat er op de achterbank van moderne auto's speciale bevestigingspunten voor een kinderstoel zitten. Kinderen vanaf vijftien maanden mag je in een autostoeltje meenemen. Tot 135 centimeter moet je ze in een goedgekeurde autostoel vervoeren. Een nieuwe norm is de i-Size. Wat moet je daarover weten?

Een autostoeltje voor peuters moet aan een van de geldende normen voldoen: de recente i-Size-norm voor autostoeltjes (ECE-R129) of de norm die al langer geldt (ECE-R44.04) en nu wordt uitgefaseerd. De nieuwe norm geeft vooral meer bescherming bij een aanrijding van de zijkant. Daarnaast is die ontwikkeld om de vergrendeling duidelijker te maken en de keuze van een autostoeltje eenvoudiger.

Er zijn enkele aandachtspunten als je kind in een autostoeltje moet gaan zitten. Houd er rekening mee dat een kind tot vijftien maanden oud altijd achterstevoren in de auto moet zitten. Daar zijn de babystoeltjes op ontworpen, maar voor grotere kinderen heb je de keus. Je kunt kiezen voor een peuterstoeltje als het kind met het hoofdje buiten de beschermende schaal groeit. Dan wordt het echt tijd voor een maatje groter.

Waar je op moet letten bij een autostoeltje voor peuters

Het nieuwe stoeltje moet voldoen aan de Europese regels (i-Size) of de oudere goedkeuring. De laatste norm wordt uitgefaseerd, dus daarvan zullen er geleidelijk minder op de markt komen. Een onderscheid tussen de twee voorschriften is dat de i-Size-norm voor autostoeltjes uitgaat van de lengte van het kind, waar de oudere norm het gewicht als startpunt neemt.

Een peuterstoeltje is geschikt voor kinderen tot 105 centimeter, dus tot ongeveer vier jaar oud zijn. Veel stoeltjes zijn zo gemaakt dat de kinderen vooruitkijken. Die mag je nog niet gebruiken als het kind jonger dan vijftien maanden is. Daarvoor zijn combinatiestoeltjes wel geschikt: je kunt ze gebruiken om je kind zowel vooruit als tegen de rijrichting in te laten kijken. Deze stoeltjes zijn dan ook vaak geschikt als babystoeltje in de auto. In sommige gevallen hoef je dus vanaf de geboorte totdat het kind 105 centimeter is geen nieuw stoeltje te kopen.

Autostoeltje voorbereid op groei

De peuterstoeltjes zijn over het algemeen voorzien van een verstelbare gordel zodat het kind tijdens de groei veilig kan blijven zitten. Binnen de i-Size zijn er voor de fabrikanten ook mogelijkheden om met aanvullende en verplaatsbare kussens de stoel aan te passen aan de maat van het kind.

Is het kind groter dan 105 centimeter (de schouders steken dan ongeveer 2 centimeter boven de bovenste gordelbevestiging uit), dan zal je voor een maat groter moeten gaan, voor een kinderautostoeltje. Ook hier moet je erop letten dat de stoel met het kind kan meegroeien, bijvoorbeeld door verstelbare hoofdsteunen. Ook is een relaxstand handig, zodat het kind comfortabel kan slapen.

Hoe zet je een kinderstoeltje vast?

De autostoeltjes plaats je in de auto en dan zet je ze veilig vast met de autogordel, een i-Size-vergrendeling of de meeste Isofix-bevestigingen. De laatste twee zorgen voor een echt vaste vergrendeling, omdat die met de carrosserie van de auto zelf is verbonden. Het kind zelf zit of ligt veilig in de gordels van het autostoeltje zelf. De meeste nieuwe auto's hebben een i-Size-bevestiging voor kinderstoeltjes, maar als je een oudere auto hebt, dan is het goed om te checken of het stoeltje ook geschikt is voor een Isofix-vergrendeling.

Kijk voor meer informatie en advies op AutoWeek.nl