Wel een verplichte bekerhouder en een radio met twee speakers, maar geen woord over elektrische auto's: de richtlijnen voor het wagenpark van het Nederlandse kabinet zijn nogal verouderd, blijkt uit onderzoek van NU.nl. Zelfs minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten hoeft niet elektrisch te rijden. "Een elektrische auto is nu nog niet praktisch genoeg."

Een van de privileges die ministers en staatssecretarissen genieten is een dienstauto met chauffeur. Dat een blauwe BMW of Audi favoriet is, zien we op de beelden van het Binnenhof. Maar wat zijn eigenlijk de richtlijnen voor de aanschaf van een dienstauto voor bewindslieden?

Door de jaren heen is er nogal eens opschudding geweest over de dienstauto's van kabinetsleden. Oud-minister Herman Heinsbroek bood ruimhartig aan dat hij zijn privé-Bentley als dienstauto zou gebruiken in plaats van de BMW die in Den Haag voor hem klaarstond. Voormalig minister Annemarie Jorritsma kraakte haar "te goedkope" Ford Scorpio af met de woorden: "Mogen ministers alsjeblieft in een auto rijden die net zo fatsoenlijk is als die van de eerste de beste pooier in Amsterdam?"

Maar de beroemdste dienstauto is ongetwijfeld de BMW 5-serie van voormalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff. Toen hij wilde wegrijden na een werkbezoek vanwege een omstreden asielzoekerscentrum, ging een Drentse vrouw er pal voor staan en riep: "Een dikke BMW, jongens!" Vervolgens werkte een overijverige politieman in burger de dame in kwestie hardhandig tegen de grond, om de weg vrij te maken voor de dienstauto van Dijkhoff.

“Een volledig elektrische auto is helaas nog niet altijd de meest optimale keuze.”
Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten (via woordvoerder Pieter ten Bruggencate)

Defensie is verantwoordelijk voor het wagenpark

Het kiezen van een dienstauto voor bewindslieden is een omvangrijke klus en gaat over nogal wat schijven. Het afsluiten van de contracten met leveranciers van dienstauto's is tegenwoordig ondergebracht bij het ministerie van Defensie.

Elk ministerie schaft de dienstauto's, na overleg met de bewindspersonen zelf, bij zogenoemde contractpartners aan. Voor ministers en staatssecretarissen mogen dat dienstauto's zijn uit het duurste segment dat de overheid toestaat: de zogeheten E-categorie. Deze dienstauto's mogen maximaal 0,62 euro per kilometer kosten, bij een jaarkilometrage van 60.000.

Opmerkelijk genoeg blijken de richtlijnen in 2015 voor het laatst geüpdatet. Om het in perspectief te plaatsen: tussen toen en 2022 zijn drie generaties van de Mercedes-Benz E-klasse en de BMW 5-serie gepasseerd en twee generaties van de Audi A6. Vooral het lijstje met functionele eisen blijkt welhaast lachwekkend verouderd. Daarop staan onder meer:

  • Een radio/cd-speler met RDS/EON met minimaal twee speakers
  • Vloermatten die zowel voor- als achterin gezekerd zijn tegen schuiven
  • Een bekerhouder achterin
  • Een doos met reservelampen en zekeringen

Ook goed om te weten: een faxapparaat telt niet mee bij het berekenen van de kilometerkostprijs.

In de praktijk zijn de inkopers wel enigszins met de tijd meegegaan

Het opvallendst is dat er in de richtlijnen met geen woord wordt gerept over hybride of elektrische aandrijving. De enige groene 'hint' is dat er voor de aandrijving gekozen mag worden voor aard- of groengas.

Navraag bij de betrokken ambtenaren leert dat de inkopers in de praktijk toch tot op zekere hoogte met de tijd meegaan. Klaas Meijer, woordvoerder van het ministerie van Defensie: "De Rijksoverheid volgt de verduurzamingsnorm, waarin is afgesproken dat haar wagenpark in 2028 zero-emissie (autorijden zonder uitlaatgas, red.) kent. Ook bij de dienstauto's voor bewindslieden wordt hier zoveel mogelijk naar gestreefd. Dat is expliciet vastgelegd in het klimaatakkoord."

Daarom rijden de meeste bewindslieden op dit moment al in een hybrideauto. Van de 31 dienstauto's hebben er twintig zo'n combinatie van een benzine- en elektromotor en zijn twee auto's volledig elektrisch.

Meijer: "De komende jaren wordt het wagenpark verder verduurzaamd. Bij enkele bewindslieden is dit vanwege de veiligheid vooralsnog niet mogelijk. Bovendien is een elektrische auto nu nog niet praktisch genoeg. Het kan gebeuren dat een minister of staatssecretaris 's morgens in Limburg moet zijn en 's avonds in Groningen. Dat red je niet altijd met opladen."

“De dienstauto’s kunnen ook tweedehandsjes van voorgangers zijn.”

Milieuminister Jetten reist ook veel met het openbaar vervoer

Hoe denkt minister voor Klimaat en Energie Jetten over de richtlijnen? Zijn woordvoerder Pieter ten Bruggencate legt uit: "Minister Jetten heeft zeker een voorkeur voor een volledig elektrische auto, maar dat is helaas nog niet altijd de meest optimale keuze. Overigens reist hij ook heel veel met het openbaar vervoer. De eerlijkheid gebiedt bovendien te zeggen dat zijn dienstauto het grootste deel van de tijd stilstaat."

Overigens is het niet zo dat er aan het einde van de bordesscène met de koning meteen voor iedere bewindspersoon een splinternieuwe limousine klaarstaat. "In eerste instantie krijgen bewindspersonen de dienstauto van hun voorganger", weet Meijer. "Pas als het voertuig aan het einde van zijn looptijd zit, krijgt een bewindspersoon een nieuwe auto. Het uitgangspunt blijft om zo voordelig mogelijk te rijden."

Opmerkelijk is verder dat een aantal bewindslieden geen traditionele sedan heeft: voor elektrische voertuigen is tegenwoordig ook een SUV toegestaan. Op de vraag of de dienstauto's enige vorm van extra beveiliging hebben, zoals bepantsering, antwoordt Meijer summier: "Het is aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid om te bepalen welke veiligheidsmaatregelen er noodzakelijk zijn."