Terwijl de meeste auto's de afgelopen decennia met voorwielaandrijving op de markt kwamen, gooit de elektrische auto alles weer op de schop. Batterijauto's hebben vaak achterwielaandrijving en sommige hebben zelfs vierwielaandrijving. Wat is eigenlijk het best? AutoWeek verdiepte zich in de plussen en minnen van de verschillende soorten aandrijving.

Het kiezen van de juiste aandrijving is essentieel. Het weggedrag van je auto wordt er voor een groot deel door bepaald en soms ook de prijs. AutoWeek stelt dat het daarom verstandig is een bewuste keuze te maken voor voorwielaandrijving, achterwielaandrijving of vierwielaandrijving (ook wel 4wd of 4x4 genoemd).

Maar de gemiddelde bestuurder merkt in de dagelijkse praktijk waarschijnlijk weinig van de verschillen, zolang je je niet in het grensgebied van de wegligging van de auto begeeft. Als je een keer op gladde wegen terechtkomt of een caravan wil trekken, kan het type aandrijving wel degelijk het verschil maken.

En ook als je overweegt een andere auto aan te schaffen, is het vaak ook verstandig hier toch even bij stil te staan. Want vierwielaandrijvers zijn per definitie duurder dan voor- of achterwielaandrijvers. Bovendien kan het type aandrijving invloed hebben op het energieverbruik, de veiligheid en het weggedrag met eventueel het daarbij behorende rijplezier.

Meeste auto's hebben voorwielaandrijving

De meeste personenauto's hebben tegenwoordig voorwielaandrijving. Dat komt erop neer dat het vermogen van de motor alleen wordt overgebracht op de voorwielen, die de twee aandrijfwielen zijn. Dus de auto wordt als het ware 'getrokken'. Citroën paste met de beroemde Traction Avant dit systeem in 1934 voor het eerst op grote schaal toe.

Voor auto's voor het grote publiek en ook voor de populaire SUV's blijkt voorwielaandrijving het best om lage kosten te combineren met voldoende veiligheid. Doordat de afstand tussen de motor en de wielen zo klein mogelijk is, kost voorwielaandrijving minder energie. Je verbruikt daardoor bijvoorbeeld minder brandstof. En als het op de besturing en de wegligging aankomt, is zo'n voorwielaandrijver vaak heel voorspelbaar.

Bij bijzondere weersomstandigheden (ijzel, sneeuw, regen) kan zo'n voorwielaandrijver wel eerder gaan slippen. Maar dan nog laat deze zich in de regel makkelijker corrigeren dan een achterwielaandrijver. Gas loslaten, een versnelling terugschakelen en blijven sturen in de richting waar je heen wil, zijn de belangrijkste handelingen die je in zo'n situatie kunt doen. Ook als zo'n auto door te hoge rijsnelheid in een bocht de grip verliest, waardoor het lijkt of de wagen ineens liever rechtuit wil gaan.

Elektrische auto's met uitsluitend achterwielaandrijving

Deze aandrijving leek de afgelopen decennia geleidelijk te verdwijnen uit de folders van de meeste grote autofabrikanten. Inmiddels komen er echter steeds meer nieuwe elektrische auto's met uitsluitend achterwielaandrijving op de markt. In die auto's is 4x4 redelijk simpel toe te passen: je zet gewoon een extra elektromotor op de andere as.

Achterwielaandrijving heeft het imago om bij uitstek geschikt te zijn voor sportieve of zeer scherp rijdende auto's. Voor veel sportieve bestuurders is deze aandrijving dan ook onlosmakelijk verbonden met rijplezier.

Omdat alleen de achterwielen kracht overbrengen, heeft zo'n auto echter de neiging tot overstuur: de achterkant wil als het ware de voorkant inhalen. Dit kan met een gecontroleerde of ongecontroleerde glijdende beweging gaan, afhankelijk van je capaciteiten. Misschien leuk voor een kleine cabrio of een Ferrari, maar in een gezinsauto zit je hier waarschijnlijk niet op te wachten.

Wees daarom voorzichtig op natte en gladde wegen om de controle over het voertuig te behouden. De Amerikaanse muscle cars aan het eind van de jaren zestig en ook de eerste generatie van bijvoorbeeld de Porsche 911 hebben heel wat bestuurders met hun achterwielaandrijving in de problemen gebracht. Maar dankzij de elektronica en alle rijhulpen van de tegenwoordige tijd hoef je je daar minder zorgen over te maken.

Het goede nieuws is dat RWD-transmissies een hoog trek- en laadvermogen bieden. Daarom worden ze vaak toegepast in grote, zware pick-ups en ook in vrachtwagens.

Volwaardige terreinauto's, zoals de Land Rover Defender (links) en Toyota Land Cruiser (rechts) hebben altijd vierwielaandrijving.

Volwaardige terreinauto's, zoals de Land Rover Defender (links) en Toyota Land Cruiser (rechts) hebben altijd vierwielaandrijving.
Volwaardige terreinauto's, zoals de Land Rover Defender (links) en Toyota Land Cruiser (rechts) hebben altijd vierwielaandrijving.
Foto: AutoWeek

Onder veel omstandigheden het veiligst

Vierwielaandrijving is onder vele omstandigheden het veiligst en verdeelt het vermogen van de auto over alle vier de wielen. Die kunnen worden bijgestaan ​​door een differentieel en/of een vergrendeling. Het systeem is onder meer te vinden op alle 4x4's die bedoeld zijn voor off-road rijden (Jeep Wrangler, Land Rover Defender, etc.), op extreem krachtige auto's zoals hypercars die stabiliteit nodig hebben bij hoge snelheid, of gewoon als optie op verschillende modellen.

Je ziet het ook als een optie om bijvoorbeeld voorwielaandrijvers extra (hybride) kracht te geven door de elektromotoren op de achteras te zetten. Of om een elektrische auto meer kracht te bieden door twee assen aan te drijven in plaats van alleen een voor- of achteras.

4wd is dus het meest geavanceerde aandrijfsysteem, maar kent ook nadelen. Om te beginnen zijn dat financiële. Een 4x4-systeem leidt tot een hoger brandstofverbruik en meer bandenslijtage (er is immers sprake van tractie op alle vier de wielen). Alle banden moet je in principe tegelijkertijd vervangen.

Vierwielaandrijving is door zijn constructie ook veel duurder en kost vaak enkele duizenden euro's extra in vergelijking met voorwielaandrijving of achterwielaandrijving. AWD-uitgeruste auto's zijn ook zwaarder dan hun tegenhangers met tweewielaandrijving.

Het scheelt wel dat sommige moderne auto's zogenaamde niet-permanente vierwielaandrijving hebben. Het schakelt dan handmatig of automatisch in op het moment dat je het echt nodig hebt.