Stadsauto's kunnen in Nederland al decennialang op gezonde belangstelling rekenen. Auto's als de Fiat Panda, Suzuki Alto en Daihatsu Cuore waren steevast populaire boodschappenwagentjes. Rond 2005 kwam de populariteit van de stadsauto's in een stroomversnelling met een keur aan nieuwe modellen. Die populariteit duurt nog altijd voort, maar tegelijkertijd lijkt het einde in zicht.

Een blik op de verkooplijst laat zien dat auto's in het zogeheten A-segment nog altijd razend populair zijn. De Kia Picanto en de Toyota Aygo zijn goed voor toptiennoteringen en de Peugeot 108 blaast vanaf de veertiende plek ook nog een aardig deuntje mee.

Daarnaast lijkt er nog voldoende beweging in het segment te zitten. Hyundai presenteerde eind 2019 nog een nieuwe i10, Kia gaf de Picanto halverwege 2020 een facelift, Dacia komt met de elektrische Spring en Toyota onthulde vorige week de geheel nieuwe opvolger van de in Nederland nog altijd goedverkopende Aygo, de Aygo X.

Toch zouden dat voorlopig weleens de laatste grote ontwikkelingen in dat deel van de markt kunnen zijn. De andere realiteit is namelijk dat het aanbod flink is uitgedund. Tevens zijn veel van de overgebleven modellen inmiddels verouderd.

De Citroën C1 en zustermodel Peugeot 108 zijn sinds 2014 in vrijwel ongewijzigde vorm op de markt, net als de Renault Twingo en de smart forfour. De drieling Volkswagen up!, SEAT Mii en SKODA Citigo kennen we sinds 2011, evenals de huidige Fiat Panda. De Kia Picanto mag dan vorig jaar nog opgewaardeerd zijn, in de basis stamt het model uit januari 2017. Daarmee gaat de auto in 2022 alweer zijn zesde jaar in.

Eerste kennismaking: Toyota Aygo X
439
Eerste kennismaking: Toyota Aygo X

Fabrikanten verdienen weinig aan stadsauto's

Stadsauto's danken hun populariteit aan hun gunstige basisprijs. Zo bleef de vanafprijs van de drieling uit 2005 (de Citroën C1, Peugeot 107 en Toyota Aygo) destijds onder de 10.000 euro. Vanwege de lage uitstoot waren de auto's bovendien enige tijd vrijgesteld van wegenbelasting. Een relatief lage prijs is echter ook de reden waarom veel stadsauto's anno 2021 op hun laatste benen lopen.

Er valt voor de fabrikanten weinig winst op te maken. Daardoor loont het bijna niet om de auto's voortdurend te moderniseren en schoner te maken. Alleen Toyota en Hyundai hebben zoals gezegd de stap gemaakt om nog met een volledig nieuw model te komen.

Hoe krap de marges zijn, blijkt wel uit het gegeven dat vrijwel alle stadsauto's een product zijn van samenwerkingsverbanden. Toyota ging destijds in zee met Peugeot en Citroën, de Volkswagen Group spreidde de ontwikkelingskosten uit over SEAT, SKODA en Volkswagen, terwijl Renault een samenwerking aanging met Daimler-dochter smart. Ondertussen deelde de tweede generatie Ford Ka zijn basis met de Fiat 500 en was de Nissan Pixo van weleer in feite niets meer dan een Suzuki Alto met een ander logo.

Eerste dubbeltest: Fiat Panda tegen de Hyundai i10
415
Eerste dubbeltest: Fiat Panda tegen de Hyundai i10

Elektrisch met beperkingen

De sleutel tot voortzetting van het succes zouden volledig elektrische modellen kunnen zijn. Stadsauto's rijden immers geen tientallen kilometers op een dag, waardoor je prima uit de voeten zou kunnen met een relatief klein accupakket en dito rijbereik.

Daar lijken de fabrikanten, waar mogelijk, ook op ingezet te hebben. Maar ook op dit vlak krijgen consumenten te maken met de keerzijde van de krappe marges op deze auto's. Zo zit de nieuwe techniek nog in hetzelfde verouderde jasje. Daarnaast zijn er niet altijd grote oplages gebouwd. Zo zijn de elektrische Volkswagen up! en SEAT Mii alleen nog uit voorraad leverbaar. De SKODA Citigo is uitverkocht. Er gaan geruchten over opvolgers, maar die laten mogelijk nog zeker vijf jaar op zich wachten.

De Renault Twingo is er net als de smart forfour in Nederland alleen nog als elektrische variant, maar bij die auto's ontbreekt de mogelijkheid tot snelladen. Tenslotte gold en geldt voor de elektrische stadswagens dat je er relatief stevige prijzen voor betaalt. De Renault kost bijvoorbeeld minimaal 21.270 euro.

De aanstaande elektrische Dacia Spring mét snellaadfunctie is met een prijskaartje van 19.250 euro in die zin een relatief goede aanbieding. Het is bovendien het enige nieuwe elektrische model in dat deel van de markt. Overigens is ook deze auto geen geheel eigen productie. Het is stiekem een Renault K-ZE, die sinds 2019 in China op de markt is, maar dan met Dacia-logo's.

De elektrische Dacia Spring zou weleens voor het laatste beetje opschudding in het A-segment kunnen gaan zorgen.

De elektrische Dacia Spring zou weleens voor het laatste beetje opschudding in het A-segment kunnen gaan zorgen.
De elektrische Dacia Spring zou weleens voor het laatste beetje opschudding in het A-segment kunnen gaan zorgen.
Foto: Dacia

Geen spectaculaire aanbiedingen meer

De stadsauto's zijn anno 2021 sowieso niet meer de prijspakkers die ze ooit waren, zeker als je zaken als airconditioning niet wilt missen. Een Kia Picanto kost op een haar na 15.000 euro, een Volkswagen up! zelfs 17.100 euro.

Dan loont het al snel om door te sparen voor zo'n elektrische Dacia, zeker aangezien er een aanschafsubsidie vanuit de overheid beschikbaar is en de auto vrijgesteld is van wegenbelasting. De Dacia Sandero, een auto uit een hogere klasse, is in de basis zelfs voordeliger dan auto's als de Kia Picanto, Hyundai i10 en Volkswagen up!.

Toyota heeft nog geen definitieve prijs voor de nieuwe Aygo X bekendgemaakt, maar belooft het instapmodel in ons land voor minder dan 16.000 euro te zullen aanbieden. Daarvoor krijg je weliswaar een uitgebreide veiligheidsuitrusting en een hoge zit, maar zit je tevens niet meer voor een dubbeltje op de eerste rang.

Deze Aygo X van Toyota is misschien wel de laatste echte nieuwkomer in het A-segment.

Deze Aygo X van Toyota is misschien wel de laatste echte nieuwkomer in het A-segment.
Deze Aygo X van Toyota is misschien wel de laatste echte nieuwkomer in het A-segment.
Foto: Toyota

Kijk voor meer informatie over de bovengenoemde auto's op AutoWeek.nl