Land Rover stapt de komende vijf jaar over naar deels elektrische aandrijving. Dat is blijkbaar een goede reden om nog een keer gek te doen. Het legendarische Britse merk lepelt daarom een dikke, 525 pk sterke V8-benzinemotor in de Defender-terreinwagen. Het resultaat is een pretpakket dat maar liefst drie keer zoveel kost als een Defender met stekker. AutoWeek ging ermee op pad.

We gaan er geen doekjes om winden: het nieuwe V8-topmodel is duur. In Nederland kost de Defender V8 minimaal 207.658 euro. Voor de langere 110-uitvoering loopt de basisprijs zelfs op tot 213.067 euro.

Sinds zijn introductie in 2019 heeft Land Rover wereldwijd desondanks al 58.000 nieuwe Defenders afgeleverd. Nog eens 39.000 toekomstige eigenaren wachten nog op hun bestelling, die door de coronacrisis en de microchipschaarste ongetwijfeld vertraging heeft opgelopen.

Met die problematiek in het achterhoofd zal de directie niet rouwig zijn dat de James Bond-film No Time To Die al twee keer werd uitgesteld, want daarin neemt de stoere offroader het rijdende stuntwerk voor zijn rekening. Als die film in oktober de bioscoop komt, lopen de wachttijden met zekerheid nog verder op.

De Defender is tot knotsgekke capriolen in staat.

De Defender is tot knotsgekke capriolen in staat.
De Defender is tot knotsgekke capriolen in staat.
Foto: Land Rover

V8-motor klinkt brult minder hard dan in Range Rover

Dus wat krijg je voor het drievoudige van de goedkoopste versie in de catalogus, alias de plug-inhybride P400e-uitvoering? Om te beginnen geen kleine geëlektrificeerde viercilinder benzinemotor maar dik V8-blok met turbo dat 525 pk en via een setje 22-inch wielen naar de grond stuurt.

Daarmee sprint de bijna 2,5 ton wegende Defender in 5,2 seconden naar 100 kilometer per uur. De topsnelheid van het gevaarte ligt op 240 kilometer per uur. Daar moet je uiteraard wel een stevig benzineverbruik voor slikken. In het gunstigste geval loopt de Defender V8 1 op 8,5.

Om al dat geweld in goede banen te lijden is de luchtvering van de Defender onder handen genomen. Ook de wielophanging is nog eens tegen het licht gehouden, net als de afstemming van het onderstel. Tenslotte stuurt de V8-versie op asfalt een stuk scherper.

De Defender V8 is in het terrein nog altijd heer en meester, omdat de nieuwe afstellingen voor nog meer wielcontrole zorgt en de Defender echt tot absurde manoeuvres in staat stelt. In veel gevallen is het niet de vraag of de auto een bepaalde hindernis aankan, maar wel of de bestuurder die manoeuvre aandurft.

Een observatie daarbij is dat de V8-motor minder hard brult dan in bijvoorbeeld een Range Rover het geval is. De emissie- en geluidsnormen staan nu eenmaal niet stil, waardoor de krachtbron best beschaafd voor de dag komt.

Ook op de asfaltweg staat de Defender zijn mannetje.

Ook op de asfaltweg staat de Defender zijn mannetje.
Ook op de asfaltweg staat de Defender zijn mannetje.
Foto: Land Rover

Iets teveel van het goede?

Moederbedrijf Jaguar Land Rover steekt zijn ambitie om snel tot een elektrische constructeursgroep te promoveren niet onder stoelen of banken. Bij Land Rover moet dat de komende vijf jaar al in zes puur elektrische modellen resulteren, al dan niet met een brandstofcel op waterstof.

Daarentegen is de Defender V8 Supercharged zo old school als hij maar zijn kan, als een ultiem statement dat aangeeft hoe ver de traditionele techniek anno 2021 gekomen is.

Je moet er echter wel goed in de slappe was zitten om een Defender van 250.000 euro met opties als zandbakspeeltje te kunnen gebruiken, ook omdat het koetswerk van de nieuwe generatie daar veel te gelikt voor is. Als geld echt geen bezwaar is, dan hoef je dus geen seconde te twijfelen voor de V8-uitvoering. Maar als de boekhouder toch iets in de melk te brokkelen heeft, dan biedt de nieuwe P400e plug-in benzine haast evenveel on- en offroadplezier voor een fractie van de prijs.

De Defender is in zijn nieuwe gedaante misschien we te gelikt (en duur) om mee in de blubber te gaan.

De Defender is in zijn nieuwe gedaante misschien we te gelikt (en duur) om mee in de blubber te gaan.
De Defender is in zijn nieuwe gedaante misschien we te gelikt (en duur) om mee in de blubber te gaan.
Foto: Land Rover

Het hele verhaal stond in AutoWeek 29. Je kan het hier terug lezen.