Terwijl Noord-Korea nog altijd geïsoleerd is van de rest van de wereld, staan in het Aziatische land wel degelijk autofabrieken. Maar autobezit is er een hele uitdaging. Een impressie van de beperkte mogelijkheden van de Noord-Koreaanse automobilist.

Sinds het einde van de Koreaanse oorlog in 1953 is het communistische Noord-Korea strikt van de buitenwereld afgescheiden. Het is al decennialang ondergedompeld in bittere armoede, veroorzaakt door politiek wanbeleid en boycots door westerse landen.

Het bezit van een auto zit er voor het gros van de doorgaans straatarme bevolking niet in, maar desondanks kent Noord-Korea wel degelijk een automobielindustrie. Over de auto's en automobilisten in dit land is verder relatief weinig bekend. AutoWeek probeerde een beeld te schetsen en baseerde zich daarbij vooral op schattingen en op waarnemingen van de weinigen die ooit in het land mochten rondkijken.

In Tokchon, zo'n 100 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Pyongyang, staat sinds 1950 de Tokchon Motor Plant. Dat bedrijf heeft een jaarproductie van twintigduizend auto's. Tenminste, dat is de officiële lezing van de regering, want sommige westerse analisten denken dat die aantallen met een factor drie zijn overdreven.

Grootste deel van productiecapaciteit gaat naar het leger

Tegenwoordig heet de fabriek Sungri Motor Plant en dit was tot de eeuwwisseling waarschijnlijk de enige en in elk geval grootste autofabriek van Noord-Korea. Inmiddels is Sungri die status kwijtgeraakt aan Pyeonghwa Motors. Dit bedrijf bouwt verschillende soorten auto's onder diverse merknamen en net als bij Sungri zijn de overeenkomsten met buitenlandse modellen treffend. De Fiat Siena en Doblò, diverse Volkswagens, Chinese SUV's en zelfs de Zuid-Koreaanse executive-auto SsangYong Chairman kennen allemaal een Noord-Koreaanse lookalike.

Aangenomen wordt dat de Noord-Koreaanse auto-industrie een totale productiecapaciteit heeft van tussen de 40.000 en 50.000 eenheden per jaar. Het grootste deel van die capaciteit gaat naar voertuigen voor het leger en de industrie.

Noord-Korea telt weliswaar een kleine 26 miljoen inwoners, maar voor verreweg de meesten daarvan is een eigen auto zo goed als onbereikbaar. Een Pyeonghwa Bbeokgugi kost bijvoorbeeld ongeveer 3,4 miljoen Koreaanse won. Bedenk dat de gemiddelde Koreaan per maand 3.000 won verdient en een eenvoudige rekensom leert dat je 94 jaar lang elke cent opzij zou moeten zetten om zo'n auto te kunnen kopen.

Los daarvan was het tot enkele jaren geleden voor de meeste particulieren verboden om een auto aan te schaffen. Sinds 2017 staat de deur op een klein kiertje, omdat de overheid particulier autobezit erkent als een deeloplossing voor het krakkemikkige goederentransport per spoor in het land. Noord-Koreanen die hun eigen auto willen gebruiken voor servi-cha (koeriersdiensten) kunnen een ontheffing krijgen.

Een auto op eigen naam registreren is onmogelijk

Dat klinkt overigens gemakkelijker dan het is. Vanwege de hoge prijzen zijn de kopers meestal mensen met familie of andere banden in buurlanden China of Zuid-Korea, van wie ze het benodigde geld krijgen of lenen. En al heb je het geld eenmaal bij elkaar, een auto op je eigen naam zetten is onmogelijk.

Hij moet worden geregistreerd op naam van een bedrijf dat staatseigendom is, en voor het zover is, ben je een hele reeks ambtenaren en bureaucratische instanties verder. Waarschijnlijk heeft het je dan ook al heel veel smeergeld gekost, want het is bekend dat ambtenaren meestal pas in actie komen nadat je een dikke envelop onder de tafel hebt doorgeschoven.

Niettemin zijn er volgens schattingen zo'n elf auto's per duizend inwoners in Noord-Korea. Hoewel adverteren in Noord-Korea verboden is, zie je er wel reusachtige billboards die auto's aanprijzen. Deze reclame is niet werkelijk bedoeld om voorbijgangers te verleiden een auto aan te schaffen, maar als propaganda om te laten zien waartoe de eigen industrie in staat is.

Noord-Koreaanse snelwegen zijn nagenoeg leeg

Wie zich uiteindelijk toch eigenaar van een auto mag noemen, krijgt voor al dat geld wél alle ruimte. Over de verkeersintensiteit in het land zijn geen officiële (of zelfs officieuze) cijfers bekend, maar volgens mensen die de Noord-Koreaanse snelwegen hebben gezien, zijn ze nagenoeg leeg.

Wie op Google Earth inzoomt, ziet inderdaad stroken leeg en vaak verbrokkeld beton, die doen denken aan van die overwoekerde, oude circuits die her en der in Europese bossen liggen. In totaal kent Noord-Korea acht snelwegen, vaak met glorieuze namen die haaks op hun vervallen, desolate karakter staan. Een schrijnend voorbeeld betreft de snelweg van Pyongyang naar het 170 kilometer zuidelijker gelegen Kaesong.

Op borden kun je af en toe de resterende afstand tot de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel zien, maar dat is een wassen neus, want geen enkele Noord-Koreaanse automobilist zal daar ooit aankomen. De Reunification Highway loopt, hoe ironisch, jammerlijk dood op de gedemilitariseerde zone die beide landen al sinds 1953 van elkaar isoleert.

Een uitgebreide reportage over de auto's en de auto-industrie in Noord-Korea staat in AutoWeek nummer 22, dat nu in de winkel ligt.