De Volkswagen Golf is een ware allemansvriend: sinds 1974 zijn er meer dan 35 miljoen exemplaren verkocht. Een vergelijking van de allereerste generatie met het huidige model maakt duidelijk hoe deze populaire auto in de loop der jaren vooruitgang heeft geboekt.

Twee maanden voordat Wuhan op slot ging, presenteerde Volkswagen de achtste generatie van zijn succesnummer. Voor het eerst in de geschiedenis is de Golf zwaar gedigitaliseerd. Het uiterlijk mag vertrouwd overkomen, maar de achtste generatie is van top tot teen nieuw ontwikkeld. Wie hem naast het model van de eerste generatie ziet staan, schrikt zich een hoedje; daarmee vergeleken lijkt het huidige model wel van Mars te komen.

Neem alleen de afmetingen: wielbasis +14 centimeter, lengte +46 centimeter, breedte +18 centimeter. Dat zijn enorme verschillen. En het gewicht: van een schamele 805 naar 1.360 kilo.

Tegelijkertijd is het een prestatie van formaat dat de ontwerpers de Golf lieten evolueren zonder de familieband te verstoren. Kijk maar eens naar zijn kloeke, wigvormvreemde design, waarin alles - op de koplampen na - recht- en driehoekig is getekend. De jongste Golf ziet er nog steeds 100 procent uit als een Golf, al is hij dan veel beter gestroomlijnd.

Het interieur van de klassieke Golf blijkt onverwacht ruim.

Het interieur van de klassieke Golf blijkt onverwacht ruim.
Het interieur van de klassieke Golf blijkt onverwacht ruim.
Foto: Autoweek

De onbeklede bovenkant van de flinterdunne portieren valt op

Ook in het interieur zijn de tegenstellingen groot: wat lijkt het oude model klein en vooral smal vanbinnen. Maar doordat hij zo lekker basic en vierkant is, voelt hij toch onverwacht ruim aan. Natuurlijk is hij ergonomisch ruimschoots door de tijd ingehaald, met name op het gebied van zitcomfort en verstelling van stuurhoogte en -lengte. Verder valt de onbeklede bovenkant van de flinterdunne portieren op, evenals de afwezigheid van een middenconsole.

We zien het iele tweespaaksstuur met Wolfsburg-logo, de naakte automaatpook met P, R, D, 2, 1 langs de coulisse en een klokkenwinkel waarvan de snelheidsmeter een optimistische 200 km/h als maximum heeft. Alleen de allernoodzakelijkste elementen en hulpmiddelen zijn in het oermodel aanwezig. De radio heeft twee draaiknoppen, voor volume en het zoeken van een zender. Met knopjes kies je ook voor AM of FM.

De schakelaars voor verlichting en achterruitverwarming moet je met kracht bedienen. Het staat allemaal symbool voor de nuchtere basisuitvoering van de Golf anno 1983, waar wij voor deze vergelijking over beschikken. En toch word je best vrolijk zodra je de gordel om hebt. Je krijgt in deze Golf geen zedepreken met waarschuwingen of alarmerende piepjes en je mag je voet op het gaspedaal laten staan. Van de huidige Golf mag dat niet. Die waarschuwt telkens met zo'n betweterig lampje dat je te dicht op je voorganger rijdt.

“De eerste Golf stamt duidelijk uit een tijd waarin mensen minder haast hadden”

Groot, laag en breed is de Golf van deze tijd

De nieuwe Golf is helemaal 2020: groot, laag en even breed als een dikke middenklasser anno 1996. Het centrale beeldscherm oogt reusachtig. Connectiviteit en digitalisering zijn de toverwoorden. Alles is 'touch', je swipet en raakt aan. Een handvol bedieningen kan vanaf het stuur, maar de meerderheid van de fysieke schakelaars is vervangen door aanraakknoppen links en rechts van het stuur.

Nog groter zijn de verschillen onderweg. Toch is er ook een overeenkomst: ze voelen met de ogen dicht aan als een Volkswagen. Ze hebben allebei een 1,5 liter benzinemotor, maar in de nieuwe generatie hoor je die eigen alleen als je optrekt. De eerste Golf stamt duidelijk uit een tijd waarin mensen minder haast hadden. Dat had ook weinig zin met 70 pk. Combineer dat met de sobere drietrapsautomaat en vergewis je vóór je een kruising oversteekt dat het overige verkeer nog ver genoeg weg is.

Die automaat schakelt nog met echte overgangen en hij dwingt de motor tot toerentallen die we vandaag de dag niet meer gewend zijn. Bij 100 km/h draait die arme krukas al 3.400 toeren. De Golf 8 moet zo'n 200 km/h rijden om dat te halen. Zijn achttraps-DSG-automaat is er een van de jongste generatie: volledig onmerkbaar wisselt hij van verzet. Gekoppeld aan de 150-pk TSi-motor maakt de DSG van deze Golf een lekker vlotte auto, hoewel hij nou ook weer niet de klinkers uit de straat trekt. De e in de typeaanduiding geeft aan dat de motor hulp krijgt van een 48 volt elektromotor; het is dus een mild hybrid.

De jongste Golf helt hoegenaamd niet over

Met de eerste Golf rijdend over een bochtig parcours merk je hoezeer onderstellen zijn geëvolueerd. Hij komt uit de veren als de 70 pk wordt losgelaten en duikt als een volleerde dolfijn zodra je het rempedaal beroert. En hij helt over, een vies woord in de huidige tijd, maar de 155-bandjes waarschuwen als je over de schreef gaat. Tegelijkertijd moet je zelfs met slechts 805 kilo nog best sjorren aan het onbekrachtigde stuur.

Zet dat alles af tegen de jongste Golf: die helt hoegenaamd niet over, is stug maar beslist niet hard geveerd en gedempt. Stuurbewegingen worden spoorslags omgezet in koerswijzigingen. De Golf heeft een stadium van volwassenheid bereikt dat de komende jaren waarschijnlijk alleen nog te overtreffen is door hem nóg meer zelfrijdend te maken, wat heet progressie.

In dit artikel van AutoWeek vind je nog meer informatie over de VW Golf en ook meer foto's die het verschil tussen oud en nieuw duidelijk maken.

Oud en nieuw: een wereld van verschil. Ook binnenin, waar de ene volledig digitaal is en de andere analoog.

Oud en nieuw: een wereld van verschil. Ook binnenin, waar de ene volledig digitaal is en de andere analoog.
Oud en nieuw: een wereld van verschil. Ook binnenin, waar de ene volledig digitaal is en de andere analoog.
Foto: Autoweek