Acht op de tien kinderen wordt onveilig vervoerd in de auto, bleek in 2018 uit een Nederlands onderzoek. Hoewel de stoeltjes steeds betere bescherming bieden, worden ze nog vaak op de verkeerde manier bevestigd.

Een kind dat niet goed vastzit in de auto loopt het risico bij een ongeval als een raket door de auto geschoten te worden. Zelfs bij relatief lage rijsnelheden kan dit al een dodelijke afloop hebben. In 2018 observeerden onderzoekers van VeiligheidNL en het Erasmus MC 470 kinderen van nul tot en met acht jaar op drukke parkeerplaatsen bij pretparken en zwembaden. De helft van de kinderzitjes bleek niet goed geïnstalleerd, met het risico dat het kind bij een ongeval mogelijk met stoeltje en al door de voorruit vliegt.

Ook het vastgespen gebeurt zes op de tien keer niet goed. De gordel zit gedraaid, volgt niet de juiste route, is niet goed vastgeklikt of de riempjes zitten veel te los. Het onderzoeksresultaat was juist zo verontrustend omdat bleek dat 90 procent van de ouders ervan overtuigd was dat hun kind wél goed beschermd achterin zat.

Maar er is ook goed nieuws. De kwaliteit van autostoeltjes blijkt steeds beter te worden. Dat concludeerde de ANWB in oktober nog na een praktijkonderzoek in samenwerking met internationale zusterclubs. Van de veertien onderzochte stoeltjes wisten acht daarvan vier van de vijf sterren te bemachtigen. De overige zes stoeltjes kregen drie sterren en scoorden daarmee nog steeds een voldoende.

Vijf vragen en antwoorden over de aanschaf en het gebruik van autostoeltjes:

Wanneer is een kinderstoeltje verplicht?

In Nederland is het verplicht om kinderen tot een lengte van 1,35 meter in de auto te vervoeren in een goedgekeurd autostoeltje. Hierbij is het belangrijk dat het kinderzitje goed past, zodat het optimale bescherming biedt. Kinderen tot minimaal vijftien maanden moeten achterwaarts (tegen de rijrichting in) worden vervoerd. Gebeurt dit op de voorstoel? Schakel dan altijd de airbag van de bijrijder uit. Achterwaarts reizen beschermt de gevoelige nek en het hoofd van de baby, doordat de krachten die vrijkomen bij een voorwaartse botsing verdeeld worden.

Waar moet ik bij de aanschaf op letten?

Nieuwe stoeltjes hebben een zogenoemde Isofix-bevestiging: een speciaal systeem waardoor het stoeltje wordt bevestigd aan de carrosserie van je auto. De kans op verkeerde installatie van een autostoeltje is met Isofix veel kleiner dan bij het gebruik van een autogordel. Vervolgens zet je het kind zelf ook nog vast met de gordel van het stoeltje. Isofix wordt door autofabrikanten sinds 2006 ingebouwd en sinds november 2012 moeten alle nieuwe auto’s ermee zijn uitgerust.

En als mijn al wat oudere auto geen Isofix-bevestiging heeft?

Is een Isofix-aansluiting niet aanwezig, dan mag het stoeltje nog steeds worden vastgezet met de autogordel.

Wat is i-Size?

Nieuwe autostoeltjes moeten voldoen aan de nieuwe i-Size (ECE-R129) standaard of aan de oudere R44 standaard. De oudere R144 standaard is gebaseerd op het gewicht van het kind, terwijl ECE-R129 of i-Size is gebaseerd op de lengte. Meestal weten ouders de lengte van hun kind beter dan hun gewicht. Dit leidt ertoe dat met i-Size het kind in de praktijk eerder in het juiste autostoeltje belandt.

Er zijn i-Size stoeltjes met een apart onderstel (de base) dat via Isofix in de auto wordt bevestigd. Dit onderstel laat je achter in de auto: de autostoel klik je op dit onderstel als je instapt en je klikt het zitje er weer af als je uitstapt. Ook zijn er roterende i-Size autostoeltjes. Hiermee kun je het stoeltje handig in jouw richting draaien, op het moment dat je het kind in de plaatst of daaruit haalt.

Hoe weet ik welk stoeltje geschikt is voor mijn kind?

Controleer bij een opgroeiend kind regelmatig of het stoeltje nog wel geschikt is. De verschillende types zijn gebaseerd op leeftijd, lichaamslengte en gewicht. Op elk stoeltje in de winkel moet hierover duidelijke informatie staan. De Consumentenbond adviseert om de jongste kinderen zo lang mogelijk in een 0+-autostoeltje te vervoeren. Stap pas over als je baby te zwaar wordt of als zijn hoofd boven de stoel uitsteekt. Let ook op lengte en gewicht voor de volgende overstap.

En hoe zit het met kinderen die al wat groter zijn?

Is het kind langer dan 1,35 meter, dan moet het gewoon de autogordel gebruiken. Loopt bij jouw kind de gordel over de hals in plaats van over de schouder, dan is het verstandig om een zittingverhoger mét rugleuning te gebruiken totdat het kind lang genoeg is om alleen de autogordel te gebruiken. Vroeger kon je losse zittingverhogers zonder rugleuning kopen. Deze worden sinds 2017 alleen nog goedgekeurd voor kinderen groter dan 1,25 meter en zwaarder dan 22 kilo.

Meer tips over het veilig gebruik van autostoeltjes vind je op de sites van Ouders van Nu en Autoweek