Vorige week werd bekend dat het Formule 1-team van Renault volgend jaar verder gaat als Alpine F1. In tegenstelling tot het moederbedrijf Renault is Alpine een heus sportwagenmerk. Daar laat de Alpine A110S in ieder geval geen twijfel over bestaan. Als dagelijks vervoermiddel moet je misschien net iets teveel offers brengen in deze uitvoering.

Met de Alpine A110 blies moederbedrijf Renault in 2017 het illustere merk nieuw leven in. Hoe beter dan met een moderne versie van de oer-Alpine uit 1961. Daardoor ziet het model er ook anno 2020 nog heel aaibaar uit, Maar achter het vriendelijke uiterlijk gaat een serieuze sportwagen schuil, zeker in de S-uitvoering waarin wij reden.

Sportieve auto's zijn steeds vaker alleskunners. Denk aan een Mercedes-AMG A45 S, een auto van het formaat-Volkswagen Golf en het vermogen van een Porsche 911. Dergelijke modellen kunnen heel veel heel goed, maar net zo vaak moet daar een hele rits rijhulpsystemen voor aan te pas komen. Nee, dan de Alpine A110S, dat is nog een ouderwetse, vrij compromisloze stuurwagen. Hier geen zaken als instelbare dempers en verschillende rijstanden.

De donkergrijze matte lak van de S-versie in combinatie met de zwarte wielen en zwarte letters voor de merkaanduiding geven al een hint dat het hier niet om een willekeurige Alpine gaat. Geoefende autospotters zullen bovendien de oranje accenten herkennen.

De A110S is een bijzondere verschijning, zeker in deze kleur. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Demping knalhard, vering nog best soepel

Binnenin monteert Alpine spartaanse kuipstoelen die, in tegenstelling to hoe ze eruit zien, nog best veel comfort bieden. Ze zijn alleen in lengterichting te verstellen, dus je zit altijd laag. Het schorre motorgeluid bij het starten maakt in combinatie met het bovenstaande duidelijk dat het menens is.

Daar kom je tijdens het rijden ook al snel achter, de demping is namelijk knalhard. Elke oneffenheid, of het nu een putdeksel of een muntje is, laat zich voelen. Dat is tegenwoordig vrij ongekend, waardoor je echt even zult moeten wennen. De vering is nog best soepel ten opzichte van de demping.

Hoe het ook zij, je krijgt er een geweldige verbinding met de auto voor terug. Het sturen gaat al net zo sportief; zeer direct en messcherp, waardoor de Alpine in combinatie met achterwielaandrijving in een vloek en een zucht over een rotonde te jagen is, al dan niet met een kwispelende achterkant.

De kuipstoelen zijn stiekem best comfortabel. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Karrenvracht aan rijplezier

Onderweg voelt de Alpine A110S als een boog die continu gespannen staat. Je weet dat je op elk moment een krachtsexplosie kunt oproepen, waarmee je 99 procent van het overige verkeer in het stof laat bijten. Daarvoor hoef je niet eens de sportstand in te schakelen. Een toefje gas is al genoeg om donkere ratel uit de uitlaat te toveren.

Schakel je die sportstand wel in, dan heb je dankzij de middenmotor al snel een orkaan aan geluid om je oren. Dat is overigens de enige toepasselijke soundtrack voor de versnelling die je ervaart. De A110S heeft namelijk slechts 4,4 seconden nodig om de 100 kilometer per uur aan te tikken.

Vanwege zijn woeste geluid zou je geneigd zijn te denken dat er een enorme krachtbron achter de stoelen zit. Niets is minder waar, want Renault monteert een 2,0-liter motor. Deze is dankzij een flinke turbo goed voor 292 pk, dat dan weer wel. Als je je dan bedenkt dat de Alpine 1.114 kilo weegt, weet je dat het met het rijplezier wel goed zit.

Dat biedt de Alpine A110S dan ook in overvloed. Je zou de auto het liefst de hele dag over bergpassen willen jagen. Aanremmen, met de flippers aan het stuur terugschakelen, insturen en het gas er weer op; je voelt je volkomen verbonden met de auto.

Met de oranje knop start je de motor. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Praktische gebruiksgemak ondergeschikt aan rijbeleving

Dat alles gericht is op het autorijden merk je ook niet alleen aan de prestaties en het stuur- en rijgedrag, maar ook aan andere zaken. Opbergvakjes en aflegruimte zijn zo goed als afwezig. Bekerhouders zijn uiteraard al helemaal uit den boze. Deurvakken ontbreken en ook een dashboardkastje zit er niet in.

Helemaal spartaans is het niet. De leren bekleding van het dashboard is fraai, net als de toepassing van alcantara. Ook zit er een dikke stereo in. Dat is slechts een dun laagje fineer. Want het materiaalgebruik laat te wensen over, de ontvangst van de DAB+ radio hapert en het infotainmentsysteem blinkt niet uit door snelheid of gebruiksgemak.

Dat steekt - ondanks de geweldige rijervaring - toch een beetje schril af tegen de vraagprijs van minimaal 76.600 euro. Onze testauto kost zelfs 84.331 euro, vooral dankzij de 4.840 euro kostende grijze lak.

De kofferruimte achter is hilarisch. Via een klein klepje verschaf je jezelf toegang tot een al even zo kleine bagageruimte. Meer dan een sporttas gaat er niet in. Gelukkig heb je voorin meer plek, aangezien de motor zoals gezegd achter de inzittenden ligt.

Kortom, de Alpine A110, zeker de S-versie, is echt een auto voor erbij. Tenzij je voor ultiem rijplezier alles opzij wilt zetten. Dan moet je offers brengen op het vlak van rijcomfort en praktisch gebruiksgemak, maar je stapt wel na elke rit met een grote grijns uit.

het kofferklepje achterop is bijna ludiek te noemen. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)