De auto wordt steeds meer puur een vervoersmiddel in plaats van een trots bezit. Dat heeft er onder meer toe geleid dat frivole modellen zoals vlot gelijnde coupés, kleine cabrio's en betaalbare sportwagens vrijwel uitgestorven zijn, in ieder geval in Nederland. Toyota geeft echter niet op en introduceerde onlangs de Supra.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw waren Japanse sportwagens en coupés een begrip; denk aan auto's als de Honda Prelude, Mitsubishi Eclipse, de Subaru SVX, Mazda MX-6 en de Toyota Celica. Ook sportwagens waren er volop, waaronder de Supra.

Daar is in het huidige tijdsbestek bijna geen plaats meer voor, waardoor je als fabrikant samen met een ander moet optrekken om de ontwikkeling van een dergelijke auto betaalbaar te houden. Zo sloten Toyota en Subaru een aantal jaar geleden de handen ineen voor de ontwikkeling van respectievelijk de GT86 en de BRZ. Voor de ontwikkeling van de Supra ging Toyota een samenwerking met BMW aan.

Bij het Duitse merk leidde dat tot de Z4, bij de Japanners tot de Supra. De samenwerking bleef beperkt tot het gedeelte onderhuids, want de modellen verschillen als dag en nacht. De Z4 is een strak gelijnde cabrio, de Supra een extravagante coupé.

Er valt genoeg te ontdekken aan het uiterlijk van de Supra. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)

Binnenin totaal anders dan van buiten

De Toyota is een bonte verzameling van wulpse rondingen, vouwen en inkepingen. Toch valt alles mooi op zijn plaats, waardoor er een auto staat die je onmogelijk over het hoofd ziet en die er in het echt een nog uitdagender uitziet dan op de foto. Dat veel van die stoer ogende luchtroosters en uitstroomopeningen nep zijn, mag de pret niet drukken.

Zo extravagant als de buitenkant is, zo zakelijk is de Supra van binnen. Het had net zo goed een totaal andere auto kunnen zijn. Alle bedieningselementen komen uit de magazijnen van BMW, net als het scherm voor het infotainmentsysteem, het stuurwiel en de versnellingspook. Dat maakt het interieur weliswaar voorspelbaar, maar het bedieningsgemak vaart er wel bij. Bovendien krijg je er het materiaalgebruik en afwerking van BMW-niveau voor terug.

De zitpositie is zoals je deze verwacht; laag en met het stuur recht voor je neus. Eenmaal verzonken in de fraaie kuipstoelen kijk je uit over een eindeloos lijkende motorkap voor het echte sportwagengevoel.

Binnen in de Supra is het BMW wat de klok slaat. (Foto: Toyota)

Bak zo nu en dan nukkig

Met een druk op de knop komt de BMW-turbomotor tot leven. Het exemplaar met 2,0-liter inhoud levert met 258 pk weliswaar 82 pk minder dan de drielitermotor uit het topmodel, maar het resulteert ook in een gewichtsbesparing van 100 kilo. De prestaties zijn dan ook flitsend: in 5,3 seconden naar 100 kilometer per uur en een topsnelheid van 250 kilometer per uur.

Om optimaal te genieten moet je de auto in de sportstand zetten, anders heeft de automatische versnellingsbak net even iets te lang nodig om terug te schakelen. In de normale stand zoekt de bank tevens al snel het hoogste verzet op. Je moet niet raar opkijken als je 50 kilometer per uur in de zevende versnelling rijdt. Bovendien schakelt de bak als deze nog koud is wat schokkerig terug als je bij een stoplicht komt aanrollen.

De krachtbron houdt zich bij normaal gebruik mooi op de achtergrond, waarbij je alleen zo nu en dan een diepe brom uit de dubbele uitlaten hoort. Bovendien is de auto bij normaal Nederlands gebruik best zuinig. Op de snelweg scoor je gerust een verbruik van zo'n 6,8 liter per 100 kilometer.

Technische gegevens en specificaties

  • Motor: 2,0 liter turbo
  • Vermogen: 258 pk
  • Acceleratietijd: 5,3 seconden
  • Topsnelheid: 250 kilometer per uur
  • Aantal versnellingen: 8
  • Aandrijving: achterwielen
  • Gewicht rijklaar: 1.470 kilo
  • Basisprijs: 61.995 euro
  • Prijs testauto: 63.190 euro

Meer spektakel gewenst

Afgaande op het uiterlijk zou het fijn zijn als de Supra af en toe meer spektakel en motorgeluid zou bieden. Ook het stuurgevoel is een beetje kunstmatig en in de sportstand zelfs nodeloos zwaar. Dat is zonde, want de auto ligt als een spreekwoordelijk blok op de weg. Door zijn lengte van slechts 4,37 meter en achterwielaandrijving is de Supra bovendien lekker wendbaar.

Doordat je in feite recht voor de achterste wielkast zit en er geen achterbank is, hoor je op slechte wegen iets meer bandengeruis dan je gewend bent. Storend is het uiteindelijk niet. Er zit niets tussen de cabine en de bagageruimte. Een jas kun je dus makkelijk even wegstoppen, maar dan ben je hem bij de eerste sprint wel kwijt. De bagageruimte is voor sportwagenbegrippen met 300 liter erg fors. Dankzij een grote klep is deze bovendien goed toegankelijk.

Plek zat achterin de Toyota Supra. (Foto: Toyota)

Conclusie

De Toyota Supra 2.0 is op basis van zijn uiterlijk eigenlijk concurrentieloos. Nergens vind je voor dit geld een model met die typische achterwielaangedreven sportwagenlooks. Ja, een Audi TT heeft ongeveer net zoveel vermogen en is gelijk geprijsd, maar is veel minder aanwezig. Een Alpine A110 is (nog) kleiner en een Porsche 918 Boxter fors duurder.

Toch lijkt Toyota er net iets teveel een alleskunner van te hebben gemaakt, waardoor het echt scherpe randje dat het uiterlijk doet vermoeden, uiteindelijk ontbreekt. Dat maakt de Supra daardoor wel een uitstekende tourmachine voor de langeafstand, die het andere snelwegmonsters desgevraagd enorm lastig kan maken.

Doemt er een bochtige weg op, dan staat de Supra eveneens zijn mannetje zonder dat je daarvoor veel aan comfort hoeft in te leveren of om de 300 kilometer bij de pomp staat. Misschien had Toyota van het instapmodel daarom wel een cabrio moeten maken, om de sportwagenrol aan het krachtigere topmodel te laten.

De Toyota Supra 2.0 is eigenlijk concurrentieloos. (Foto: NU.nl/Nick Augusteijn)