Het Europees parlement wil dat er in de toekomst geen verschil meer zit tussen de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door auto's zoals gemeten in een laboratorium en de daadwerkelijke emissie tijdens het rijden. Over twee jaar moeten afwijkingen tot het verleden behoren.

Daartoe besloot het Europees Parlement eerder deze maand. Op die manier moet een begin gemaakt worden aan het terugdringen van het aantal aan fijnstofgerelateerde sterfgevallen in Europa. Volgens het Europees Milieuagentschap komen jaarlijks 400.000 mensen vroegtijdig te overlijden, vooral in Midden- en Oost-Europa. Personenwagens zijn volgens de Europese instantie verantwoordelijk voor 40 procent van de totale NOx-uitstoot in de EU.

Het Europees Parlement wil er daarom zeker van zijn dat de uitstoot van personenauto’s aan de EU-normen voldoet. Om dat te testen, wordt afgestapt van metingen in een laboratoriumsetting en worden zogeheten Real Driving Emission (RDE) tests ingevoerd. Op die manier kan de daadwerkelijke uitstoot tijdens het rijden worden gemeten.

Dat gebeurd door middel van een draagbaar emissiemeetsysteem, wat tijdens een testrit op de auto gemonteerd zit. De normen voor dergelijke meetapparatuur voor emissies zijn door het Europees Parlement nu aangescherpt. Dit moet voorkomen dat auto's die op papier heel schoon lijken, in de praktijk veel meer uitstoot hebben. Deze afwijking moet om precies te zijn op 30 september 2022 verdwenen zijn.

Het Europees Parlement wil er zeker van zijn dat de uitstoot aan EU-normen voldoet. (Foto: Getty Images)

Tegen de achtergrond van het dieselschandaal

De stap komt voort uit de voortdurende discussie rondom het dieselschandaal, dat in 2015 bij Volkswagen ontdekt werd. Het concern paste speciale software toe, waarmee de boordcomputer van een voertuig een laboratoriumtest kon herkennen. Op die manier kon de NOx-uitstoot kunstmatig laag gehouden worden.

Ook modellen van Audi, Porsche, Skoda en Seat waren betrokken. Later werden afwijkingen geconstateerd bij auto's van BMW, Daimler, Jeep, Opel en Suzuki. Ook tegen Nissan, Mitsubishi Peugeot en Renault zijn beschuldigingen van manipulatie geuit. Vorige week waren er nog invallen bij Fiat Chrysler Automobiles vanwege de mogelijke toepassing van sjoemelsoftware.

De invoering van RDE-tests en het gebruik van draagbare emissiemeetsystemen waren enkele van de aanbevelingen van de Enquetecommissie emissiemetingen in de automobielsector uit 2016.

Een draagbaar emissiemeetsysteem achter op een Alfa Romeo. (Foto: Wikimedia)

De schijn tegen

Ondanks dat moderne dieselmotoren die aan de strenge Euro 6d-temp, de huidige Europese uitstootnorm, voldoen tegenwoordig inderdaad veel minder NOx uitstoten, blijft de dieselkrachtbron verdacht. Eerder dit jaar werd ontdekt dat er bij de reiniging van het dieselpartikelfilter (DPF) fors meer fijnstofdeeltjes (PN) vrijkomen dan toegestaan.

Uiteindelijk werd de wettelijke limiet voor de PN-uitstoot per kilometer met tussen de 32 en 115 procent overschreden tijdens de zogeheten DPF regeneratie. Als ook de meest schadelijke ultrafijnstof (deeltjes van rond de 10 nanometer) wordt meegerekend, valt de uitstoot tussen de 11 en 184 procent hoger uit.

Uit het onderzoek van de onafhankelijke non-profitorganisatie Transport & Environment, uitgevoerd door het Britse ingenieursbureau Ricardo, bleek verder dat de 45 miljoen dieselauto's met dergelijke partikelfilters in de EU jaarlijks goed zijn voor 1,3 miljard van dergelijke reinigingssessies.

De onderzoekers stelde dan ook voor om de zogeheten Euro6d temp-diesels niet langer als 'schoon' te bestempelen.