Autobouwer Tesla produceerde in het tweede kwartaal bijna 20 procent minder auto's dan in de drie maanden ervoor. Dat blijkt uit cijfers die het bedrijf donderdag heeft gepubliceerd. In het tweede kwartaal was de fabriek in het Amerikaanse Fremont ruim zes weken noodgedwongen gesloten.

Medio maart moest Tesla de fabriek in Californië sluiten in verband met de uitbraak van COVID-19, aangezien de productie van auto's niet als essentiële activiteit werd gezien. Twee maanden later liet topman Elon Musk weten de fabriek weer te openen.

Tussen begin april en eind juni rolden 82.272 Tesla's van de band. Dat waren er in het kwartaal ervoor nog 102.672. Vooral van de Model S werden er minder gebouwd. Volgens Musk is de autoproductie inmiddels weer terug op het niveau van voor de coronacrisis.

Tegenover een daling van de productie, stond een toename van het aantal afgeleverde Tesla's. In het tweede kwartaal leverde de fabrikant 90.650 auto's af. Dat waren er een kwartaal eerder 88.400.

Eerder deze week droeg Musk in een interne e-mail medewerkers op om extra hun best te doen, zodat het bedrijf ondanks de coronacrisis geen verlies draait.

Of het daarin is geslaagd, is nog niet bekend. Tesla komt later met zijn winstcijfers.