Vanaf 1 juli mag alleen de zogeheten Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure (WLTP) worden gebruikt om de hoogte van het bpm-bedrag voor nieuwe auto's te berekenen. Dit resulteert ondanks eerdere beloftes over het budgetneutraal invoeren ervan in sommige gevallen toch in hogere bpm, zo blijkt vrijdag uit een Kamerbrief.

Voor de bpm is het van belang hoe hoog de CO2-uitstoot van een auto is. De nieuwe tabellen die de overheid hiervoor wil gebruiken zorgen echter voor een verhoging van de belasting, meent de autosector, en dat was niet afgesproken.

TNO had berekend dat het wel meeviel, maar uit een tegenonderzoek van KPMG (in opdracht van de autobranche) bleek dat er wel een verhoging zou plaatsvinden. De Tweede Kamer eiste daarom een extra onafhankelijk onderzoek en dat werd onlangs toegezegd.

Het probleem is dat nieuwe auto's zwaarder en krachtiger zijn geworden, met een hogere CO2-uitstoot als gevolg. Met verandering van rekenmethode zou het niets te maken hebben, aldus de brief van staatssecretaris Vijlbrief van Financiën die vrijdag naar de Tweede Kamer is gegaan.

Voor sommige modellen wel verhoging

Hij baseert zich op recent uitgevoerd onderzoek door professor Koopmans van de Vrije Universiteit op verzoek van de Kamer. "Voor alle verkochte auto's samen is de omzetting budgettair neutraal berekend en verandert de totale bpm-opbrengst naar verwachting niet door de omzetting", zo staat er in de brief.

Uit dat onderzoek zou blijken dat het bpm-bedrag voor de tien meest verkochte auto's met gemiddeld 10 procent daalt. Voor de twintig bestverkochte modellen geldt een gemiddelde daling van 6 procent.

Het ministerie van Financiën wordt aangeraden om meer flexibiliteit in de bpm-tabel in te bouwen, aangezien er voor sommige modellen wel degelijk een verhoging plaatsvindt. Zo stijgt de bpm op een Peugeot 3008 met 24 procent, maar daalt hij voor een Renault Clio met 17 procent.

Kijk ook op AutoWeek.nl