Tegenwoordig zijn steeds meer auto's, of het nu een model als de Volkswagen Golf is of een SUV, uitgerust met een kleine turbomotor. Vaak hebben deze blokken dezelfde motorinhoud als een pak melk. Ook sportwagens ontkomen niet aan deze trend. Maar strengere Europese uitstootregels betekenen misschien juist een comeback voor de dikke motor.

Dat was eerder deze maand in ieder geval de boodschap van Frank-Steffen Walliser, de man die bij Porsche verantwoordelijk is voor de toekomst van de Porsche 911. "Ik verwacht dat het slagvolume van een motor met 20 procent zal toenemen. Veel fabrikanten zullen overstappen van viercilinders naar zescilinders en van zescilindermotoren naar achtcilindermotoren", aldus Walliser.

Dikkere motoren dus om aan de toekomstige Europese uitstootregels te kunnen voldoen. Dat lijkt nogal tegenstrijdig. AutoWeek-verslaggever Cornelis Kit legt uit hoe dat precies zit.

"Voor auto's kennen we in de EU enerzijds uitstootregels voor het broeikasgas CO2 en anderzijds limieten voor de uitstoot van schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden (NOx), fijnstof, koolmonoxide en koolwaterstoffen. Bij CO2 gaat het om de opwarming van de aarde, bij de ander stoffen om de volksgezondheid", zegt Kit.

"Voor de schadelijke stoffen zoals NOx en fijnstof geldt dat wanneer een auto boven de norm uitstoot, dit model geen goedkeuring krijgt om verkocht te worden en dus de weg niet op mag. Bij een te hoge CO2-uitstoot volgt een boete."

Mogelijk moet Porsche van 3,8 liter naar een grotere motorinhoud gaan. (Foto: Porsche)

'Motor bij hoge belasting het meest efficiënt'

Om CO2-boetes te ontlopen is er fabrikanten veel aangelegen om de uitstoot zoveel mogelijk te beperken. Daarbij hebben de grote concerns de afgelopen jaren hun heil gezocht in het zogeheten downsizen: met behulp van onder meer turbo's en directe inspuiting uit een kleine motor dezelfde prestaties halen die normaal door een grote motor geleverd worden. En wanneer de cilinderinhoud van de motor afneemt zijn er ook minder cilinders nodig.

"Wanneer een verbrandingsmotor op de toppen van z'n kunnen moet werken schiet het verbruik weliswaar omhoog, maar per druppel benzine weet hij in die situatie wel de meeste pk's te genereren. Dus relatief gezien is de motor bij hoge belasting het meest efficiënt. Een kleine krachtbron die hard moet werken om bijvoorbeeld 150 pk te leveren doet dat efficiënter dan een grote motor die het op z'n sloffen af kan om die 150 pk te leveren", legt Kit uit.

Downsizing - Cornelis schetst
319
Downsizing - Cornelis schetst

'Roetdeeltjes zag je vroeger alleen bij diesels'

Tot zover een mooi verhaal. Downsizen is echter niet helemaal zonder problemen. Immers, kleine benzinemotoren die flink moeten werken brengen ook ongewenste bijproducten met zich mee. Fabrikanten zitten als het ware in een spagaat tussen milieu en gezondheid.

"Wanneer de motor op z'n tenen moet lopen om te presteren stijgt de temperatuur in de verbrandingsruimte naar een dusdanige hoogte dat ook schadelijke stoffen ontstaan zoals NOx. Daarnaast zien we bij de direct ingespoten benzinemotoren ook roetdeeltjes ontstaan, iets wat voorheen alleen bij diesels voorkwam", zegt Kit.

Het ontstaan van die schadelijke stoffen kan de kop ingedrukt worden met nabehandelingssystemen in het uitlaatkanaal en ook door het verbrandingsproces verder te optimaliseren. Beide methoden gaan echter wel ten koste van de prestaties, voegt Kit toe.

"Wanneer over een aantal jaar met de invoering van de strengere Euro 7-regels de uitstoot voor schadelijke stoffen zoals NOx en fijnstof nog verder aan banden gelegd wordt, zal het terugdringen van de uitstoot van die stoffen nog meer drukken op de prestaties."

Veel benzineauto's hebben een nabehandelingssysteem in de uitlaat. (Foto: Porsche)

'Grotere motoren voor minder uitstoot'

Zo komen we terug bij het punt van Porsche-man Walliser. Een mogelijkheid om de prestaties aan de wielen op niveau te houden is het vergroten van de cilinderinhoud. Alleen het toevoegen van een turbo is niet genoeg meer.

"Met de grotere motor stijgt dus weliswaar de CO2-uitstoot maar daalt de uitstoot van schadelijke stoffen, en dat laatste is noodzakelijk om de auto überhaupt te mogen verkopen. Het lijkt dus enigszins tegen het gevoel in te gaan, maar fabrikanten als Porsche moeten grotere motoren bouwen om juist minder schadelijke stoffen uit te stoten", legt Kit uit.

Een andere optie is het toevoegen van één of meer elektromotoren aan de aandrijflijn. De auto wordt dan een hybride. In de meeste gevallen zal dat de oplossing zijn. Echter voor puristen - zoals de liefhebbers van supersportwagens als de Porsche 911 GT3 - is hybridisering geen optie. Die zien toch liever de cilinderinhoud toenemen.

In een 911 GT3 zien liefhebbers niet graag hybridetechniek. (Foto: Porsche)