Tweedehands auto's zijn in 2019 flink duurder geworden ten opzichte van een jaar eerder, blijkt donderdag uit cijfers van verkoopsite AutoScout24. De gemiddelde prijs voor een tweedehands auto liep vorig jaar op naar 15.654 euro, een kleine 1.000 euro meer dan het gemiddelde in 2018.

De prijzen van occasions stijgen door de grote vraag, schrijft AutoScout24. Maandag schreef VWE Automotive al dat de verkoop van tweedehands auto's in de lift zat. Zo werden vorig jaar 2,4 procent meer auto's verkocht dan in 2018.

Nederland is een relatief gunstig land voor de aankoop van een tweedehands auto. De gemiddelde prijs ligt hier namelijk lager dan in landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje. In Italië liggen de prijzen wel lager dan in Nederland.

De prijzen stegen vorig jaar het hardst in Oostenrijk en België. Ook in die twee landen is de gemiddelde prijs hoger dan in Nederland.

Relatief nieuwe auto kost het meest in Nederland

In vergelijking met de ander genoemde Europese landen kost een relatief nieuwe auto (tot een jaar oud) het meest in Nederland. Hier kost zo'n auto zo'n 35.193 euro, terwijl een dergelijke wagen in Spanje gemiddeld 28.630 euro kost.

Daarentegen is een oldtimer (ouder dan dertig jaar) in Nederland juist aanzienlijk goedkoper (gemiddeld 15.784 euro) dan in Frankrijk, waar gemiddeld 34.503 euro voor een klassieke auto wordt gevraagd.

Wie op zoek is naar een 'youngtimer' (van twintig tot dertig jaar oud) kan volgens AutoScout24 het beste zijn slag slaan in Nederland, want daar ligt de gemiddelde verkoopprijs het laagst. Een 'youngtimer' kost hier gemiddeld 5.910 euro.