Automakers schrappen dit jaar ruim 80.000 banen, blijkt uit een berekening van persbureau Bloomberg. Het persbureau noemt 2019 daarom een van de "zwaarste jaren ooit" voor werknemers in de auto-industrie. De branche wordt geraakt door voortdurende handelsconflicten, teruglopende vraag en de modernisering van het wagenpark.

Vooral in Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt in de personeelsbestanden gesneden. De Duitse autobouwers Daimler en Audi maakten alleen al in de afgelopen week bekend opgeteld zo'n twintigduizend banen te schrappen. Ook bij de Amerikaanse automakers General Motors en Ford verdwijnt een flink aantal banen.

Autoproducenten worden wereldwijd geraakt door handelsconflicten. Door opgeworpen handelsbarrières zoals importheffingen wordt de invoer van onder meer auto-onderdelen duurder, wat tot hogere kosten voor autoproducenten leidt. Daarnaast leidt de toegenomen onzekerheid tot een afname van de investeringen en een daling van de vraag.

De autosector zit ook midden in de overgang van traditionele verbrandingsmotoren naar een meer geëlektrificeerd wagenpark, waar hoge kosten mee gemoeid zijn. Daimler en Audi voerden de elektrificatie van het wagenpark beide aan als argument om in de kosten te moeten snijden.

"De aanhoudende vertraging van de automarkt zal de winsten en opbrengsten van autobouwers onder druk blijven zetten. Dat zijn winsten die al zijn aangetast door toegenomen investeringen in bijvoorbeeld zelfrijdende auto's", schrijft Bloomberg-analist Gillian Davis. "Veel automakers focussen zich daardoor op kostenbesparende plannen om de winstmarges niet verder te laten dalen."