We zitten in de zogeheten donkere maanden van het jaar. Zo gezien het is het niet verwonderlijk dat er de laatste tijd veel te doen is over autoverlichting. Zo ontving de ANWB veel meldingen dat de achterlichten van moderne auto's niet altijd aan staan. Daarnaast zouden moderne auto's teveel verblinden. Een toelichting op autoverlichting.

Nieuwe auto's zijn sinds 2011 zonder uitzondering voorzien van dagrijverlichting. Audi begon er al wat eerder mee, namelijk bij de introductie van de A6 van het type 4F. Tegen meerprijs kon het in 2004 geïntroduceerde model voorzien worden van led-dagrijverlichting, hetgeen vandaag de dag de norm is.

Veel fabrikanten maken van de dagrijverlichting ware kunststukjes, denk aan de 'slagtanden' van de Peugeot 208, 2008 en 508. Toch is de verlichting vooral bedoeld om de zichtbaarheid te vergroten.

Bij auto's van voor 2015 branden de achterlichten niet altijd wanneer de dagrijverlichting actief is, hetgeen eerder deze maand tot een hoop meldingen bij de ANWB over slechte zichtbaarheid leidde. Sinds 2015 moeten ook de achterlichten aangaan als de dagrijverlichting actief is bij modellen met een typegoedkeuring van na 2015.

De dagrijverlichting zou je kunnen zien als de vervanger van het zogeheten stadslicht. Bij het voeren van stadslicht rij je met de achterlichten en kentekenverlichting aan, terwijl je van voren slechts twee kleine lampjes aan hebt.

Veel merken, waaronder Peugeot, besteden veel aandacht aan dagrijverlichting. (Foto: Peugeot)

Verkeerd afgesteld dimlicht kan verblinden

Hoewel vooral de led-dagrijverlichting erg fel is en voor een goede zichtbaarheid zorgt, dien je in het donker het zogeheten dimlicht te voeren. Deze autoverlichting geeft je ook daadwerkelijk beter zicht. In het instrumentarium verschijnt het groene icoontje van de verlichting met de bundel naar beneden gericht. Bij het voeren van dimlicht branden ook de achterlichten en de kentekenverlichting. Dimlicht is zo gesteld dat je het overige verkeer er niet mee verblindt, vandaar ook de naam.

Toch rijden er veel mensen met grootlicht zonder dat ze het doorhebben, daarmee het opkomende verkeer of de voorligger verblindend. Als het grootlicht ingeschakeld is, toont het instrumentarium een blauw icoon met de bundel naar voren gericht.

Niet alleen grootlicht werkt verblindend, hetzelfde geldt voor verkeerd afgesteld dimlicht. Indien het voertuig zwaar beladen is achterin, doe je er verstandig aan het dimlicht te verstellen. Tenzij de auto automatische koplampverstelling heeft natuurlijk.

Zorg dat je in beladen toestand het dimlicht goed afstelt. (Foto: Kia)

Dagrijverlichting soms te fel

Dimlicht heeft misschien wel de voorkeur boven dagrijverlichting, zo liet de ANWB vorige week weten. Op basis van eigen onderzoek concludeerde de bond dat dagrijverlichting in veel gevallen erg fel en soms zelfs twee keer zo fel als dimlicht is.

Ook op modern dimlicht is het een en ander aan te merken, zei de ANWB. Eén model had zelfs een koplamp die op 20 centimeter afstand een bundel gaf die "drie keer zo fel is als een blik in de zon".

Sommige auto's hebben overigens al techniek aan boord - zoals matrixverlichting - om overlast voor tegenliggers te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door een deel van de bundel te dimmen wanneer tegemoetkomend verkeer wordt gesignaleerd.

Een minder geavanceerde oplossing is de zogeheten adaptieve grootlichtassistent. Dit systeem maakt gebruik van de camera's aan boord om het grootlicht bij detectie van een tegenligger tijdelijk uit te schakelen. Vervolgens wordt het grootlicht automatisch weer ingeschakeld.

Dagrijverlichting, hoe fel soms ook, zit er niet ter vervanging van mistlampen. Deze mogen ingeschakeld zijn als het zicht door bijvoorbeeld regen, mist of sneeuw belemmerd wordt. Denk daarbij aan een situatie waarbij het zicht tot 200 meter reikt. Pas als het zicht minder dan 50 meter is, mag ook het mistachterlicht aan.

De lichtbundel van moderne auto's reikt steeds verder. (Afbeelding: Audi)