Audi wil in binnen zes jaar twintig volledig elektrische modellen in het aanbod hebben. Op dit moment zijn dat er twee, de e-tron en de in China leverbare Q2L e0-tron. Om het streefaantal voor 2025 te halen, zal het merk efficiënt te werk moeten gaan.

Door veel modellen op hetzelfde platform te bouwen, waardoor deze in de basis letterlijk hetzelfde zijn, kunnen er snel nieuwe modellen bij komen. Hoe dat precies werkt? Hoe vaker je hetzelfde platform kunt gebruiken, hoe meer je de ontwikkelingskosten van het platform kunt terugverdienen.

Een platform is in feite het rollende deel van de auto, dus zonder carrosserie. Denk daarbij aan het chassis, de voor- en achteras, de vering en het stuurhuis. Bij een elektrische auto is het platform vaak een soort skateboard, met aan weerszijde een as.

Tussen de assen kun je accupakketten van verschillende groottes monteren. (Afbeelding: Audi)

Linksom of rechtsom

Bestaande platforms kun je zo aanpassen dat een elektrische aandrijflijn mogelijk wordt. Weer andere platforms zijn zo ontworpen dat je er zowel verbrandingsmotoren in kwijt kunt als een elektrische aandrijflijn.

Het platform van de volledig elektrische Audi e-tron, is het MLB evo-platform. Hoewel dit platform destijds niet primair bedacht is als basis voor elektrische auto's, hebben ze het bij Audi daar toch voor gebruikt door het, simpel voorgesteld, onder de bodem te voorzien van een accupakket en voor en achter een elektromotor toe te passen.

Andere platforms, zoals het CMP van de Franse PSA Group (Citroën, DS, Opel en Peugeot), zijn in de basis geschikt voor zowel een brandstofmotor als elektrische aandrijving. Van het CMP is in samenwerking met de Chinese partner Dongfeng namelijk ook een elektrische basis gecreëerd, het e-CMP. Weer andere merken, waaronder BMW, ontwikkelen hun platforms zo dat het in principe voor alles geschikt is, variërend van brandstofmotoren en plug-in hybrideaandrijving tot volledig elektrisch.

Bij de Volkswagen Group en daarmee Audi zetten ze in op platforms specifiek voor volledig elektrische auto's. Dat zijn naast het genoemde MLB evo platform ook het J1 Performance Platform, de modulaire E-antriebs-Baukasten (MEB) en het Premium Platform Electric (PPE). Die laatste twee zullen het meest worden toegepast.

De volledige familie van platforms binnen Audi. (Afbeelding: Audi)

In eerste instantie weinig samenwerking

Binnen het Volkswagen-concern zagen we in eerste instantie parallelle ontwikkelingsprogramma's voor elektrische auto's. Van veel synergie was geen sprake. Zoals ze bij Audi bezig waren met hun elektrische SUV die later de e-tron zou worden, zo zijn ze bij Porsche min of meer op eigen houtje begonnen aan de elektrische auto die we nu kennen als de Taycan, waar het J1-platform voor ontwikkeld is. Audi is daar in een later stadium bij aangehaakt en komt volgend jaar met e-tron GT op basis van hetzelfde platform.

Meer synergie tussen de merken uit de groep is er te vinden in de MEB- en PPE-bouwsystemen. MEB kennen we als de modulaire platformtechniek die binnen het Volkswagen-concern is ontwikkeld voor auto's als de Volkswagen ID.3. Ook Audi, Skoda en Seat zullen van dit platform gebruik gaan maken.

PPE is geschikt voor de grotere modellen en is ditmaal een gezamenlijk project van Audi en Porsche. Eigenlijk zijn de MEB- en PPE-auto's achterwielaandrijvers, maar door tussen de voorwielen een tweede elektromotor te plaatsen, zijn er relatief simpel vierwielaandrijvers van te maken.

De volgend jaar te lanceren e-tron GT deelt zijn basis met de Porsche Taycan. (Foto: Audi)

'EV biedt meer speelruimte'

"Zowel MEB als PPE biedt ons de vrijheid om te variëren in spoorbreedte, wielbasis en ook in bodemhoogte. Zodoende kan er op basis van dezelfde uitgangspunten net zo makkelijk een sedan, een lage sportcoupé als een hoge SUV gebouwd worden", aldus MEB-projectleider Markus Jeschke.

"De eerste MEB-Audi wordt in 2021 de Q4 e-tron, een SUV met de buitenmaten van een Q3 maar met de binnenruimte van een Q5. Dat is de speelruimte die een EV biedt."

De flexibele structuren bieden verder ruimte om te spelen met de accugrootte. Waar Volkswagen voor de ID.3 drie accuvarianten heeft aangekondigd, zegt Jeschke dat Audi begint met de twee grootsten daarvan (58 en 77 kWh).

Voordeel van een grotere accu is dat er met meer vermogen geladen kan worden omdat de lading makkelijker over de cellen verdeeld kan worden. Zodoende moet de Q4 e-tron met zijn 400 volt-accupakket tot 250 kW kunnen laden, terwijl de PPE-modellen het dankzij 800 volt tot 350 kW kan.

Volgende maand presenteert Audi de e-tron Sportback, een sportievere variant van de hier bekende e-tron. In 2020 is het zoals gezegd de beurt aan de e-tron GT, waarna in 2021 de Q4 e-tron gelanceerd wordt.

De Q4 e-tron op MEB-basis komt in 2021. (Foto: Audi)

Het volledige verhaal stond in AutoWeek 42