Steeds meer merken deinzen er niet voor terug om hun iconische modellen van weleer te voorzien van een elektrische aandrijflijn.

Het volledig verhaal staat in AutoWeek 40, die deze week in de winkel ligt.

Zo kun je bij Jaguar terecht om de beroemde E-Type uit de jaren zestig om te bouwen naar een elektrische auto, terwijl Aston Martin een vergelijkbare behandeling voor het 'toekomstbestendig maken' aanbiedt. Bij Volkswagen is de legendarische Kever onder handen genomen. Heiligschennis? AutoWeek maakte alvast een ritje met een testexemplaar.

Om te ontdekken of een Kever Cabriolet die is omgebouwd tot elektroauto net zoveel charme heeft als de oorspronkelijke versie, is bij de kennismaking met de e-Käfer, zoals de nieuwe versie heet, ter vergelijking een gifgroene 1303 Cabriolet meegenomen. Het exemplaar van het Volkswagen-museum is een Amerikaanse uitvoering, met dikke bumpers, een injectiemotor en zodoende een enkele uitlaatpijp in plaats van de gebruikelijke twee.

Voorin ruikt het naar benzine, afkomstig uit de ontluchtingsslang, en de boxermotor achterin scheidt er tijdens het rijden zomaar mee uit. Vervolgens springt hij gelukkig ook zonder morren weer aan, het is immers een Kever. Een radio heb je in deze auto niet nodig, door de motorherrie hoor je daar toch niets van, maar desondanks is het in deze auto genieten geblazen.

In deze Volkswagen moet je nog ouderwets hoepelen, aangezien stuurbekrachtiging ontbreekt. Ook moet je het rempedaal tijdig intrappen, omdat de reminstallatie echt belabberd werkt. De elektrische Kever laat daarentegen geen steken vallen, die is voorzien van moderne techniek.

Heb je in een nieuwe elektrische Kever net zo'n lol als in een oude? (Foto: Volkswagen)

Ombouwen is een hele klus

De e-Käfer beschikt over de techniek van de nieuwe e-Up. De Volkswagen Komponente-afdeling levert de onderdelen uit de serieproductie aan, oftewel de elektromotor met 82 pk en de eenversnellingsbak alsmede het accusysteem.

Het accupakket van 36,8 kWh geeft de elektrische Kever een rijbereik van 220 tot 250 kilometer, afhankelijk van de rijstijl. De auto kan tot 50 kW bijgeladen worden, waardoor je er na een uur weer 150 kilometer bij hebt.

Het is een hele klus om al die zaken in de Kever te monteren. Alle carrosseriepanelen zoals de voorklep en de motorkap, de spatborden en de portieren moeten worden gedemonteerd.

Vervolgens moeten er 26 schroeven worden losgedraaid zodat het 'huisje' van de bodemplaat kan worden getild. Omdat je dan vaak de sporen ziet die de roestduivel heeft achtergelaten, gaat de auto vervolgens naar de firma eClassics in Renningen nabij Stuttgart. Deze samenwerkingspartner van Volkswagen is gespecialiseerd in de restauratie van oldtimers.

Zonder carrosserie is de auto onherkenbaar als Kever. (Foto: Volkswagen)

Prijs kan snel oplopen

Wat betaal je voor deze ecologisch verantwoorde oldtimer-lol? In Duitsland betaal je voor het complete pakket met elektromotor, transmissie, de in de bodem geplaatste accu's, veren, dempers en het remsysteem van een Porsche 924, een bedrag van 39.900 euro.

Voor de montage in een goede, roestvrije Kever Cabriolet vraagt eClassics 10.000 euro. Als er geen goede Kever voorhanden is, dan bouwt het bedrijf de klassieker zelf volledig opnieuw op. Dat kost je nog eens 50.000 euro, maar dan krijg je wel een luxe, fraai omgebouwde auto.

Dan moet je wel voor lief nemen dat het kenmerkende gepruttel van de verbrandingsmotor ontbreekt. Daarnaast, en dat is misschien wel echt heiligschennis, zit de elektromotor niet achterin, waar hij hoort in een Kever, maar voorin.

Pijnlijke aanblik voor de purist, die lege achterkant van de e-Käfer. (Foto: Volkswagen)

Het volledig verhaal staat in AutoWeek 40, die deze week in de winkel ligt.