De komende jaren gaat je auto zich steeds meer bemoeien met je rijstijl, of je dat nou leuk vindt of niet. Als je nu al geen auto hebt die van een of ander rijhulpsysteem is voorzien, dan kun je er op rekenen dat je volgende auto of die daarna dat wel aan boord heeft. Maar wat doet nu zo’n rijhulpsysteem? En vooral, wat doet het niet?

Kijk ook op AutoWeek.nl

De Advanced Driver Assistance Systems (ADAS) zijn vaak een standaardvoorziening op nieuwe auto's en zijn dus door de koper of berijder niet bewust aangeschaft. En bij de aflevering van een nieuwe auto – of een jonge occasion – wordt lang niet altijd uitgelegd hoe de rijhulpsystemen werken. Sterker nog, de helft van de automobilisten weet niet wat rijhulpsystemen zijn.

Om dat te verbeteren is de ADAS Alliantie opgezet, een samenwerkingsverband van 42 organisaties, overheidsinstanties, belangenorganisaties en bedrijven. Gezamenlijk willen zij de bekendheid van ADAS vergroten. De komende drie jaar wil de alliantie "het veilige gebruik van ADAS met 20 procent verhogen".

Verdiep je goed in het instructieboekje

ADAS doen in principe een aantal vaste dingen voor ons, waaronder snelheid vasthouden en afstand bewaren tot de voorligger, een noodstop maken als dat nodig is, de auto binnen de rijbaan houden en helpen met achteruitrijden en inparkeren.

Om die techniek goed te laten functioneren, is het echter essentieel dat de bestuurder weet hoe het allemaal werkt. Het begint ermee dat je moet weten dat je deze techniek aan boord hebt. Want als je dat niet weet, en je auto begint bijvoorbeeld als je de middenstreep raakt ineens zelf bij te sturen, dan schrik je waarschijnlijk.

Verdiep je dus goed in het instructieboekje van je auto om te zien of je auto is voorzien van rijhulpsystemen. Als het je niet duidelijk wordt hoe deze systemen werken, vraag dan aan je dealer om het je uit te leggen. Het verwarrende aan al die systemen is dat ze niet allemaal in dezelfde combinatie voorkomen, en ook niet allemaal op dezelfde manier werken.

Dan zijn er ook nog de wat oudere occasions, die weliswaar zijn voorzien van rijhulpsystemen, maar dan in een oude uitvoering. Zo had de eerste generatie van de Citroën C5 al een systeem als Lane Assist aan boord, alleen stuurde dat niet zelf bij. Het gaf alleen door middel van een trilling in de stoel een waarschuwing aan de bestuurder.

De Citroën C5 had al een vroege versie van rijbaanassistentie aan boord (foto: Citroën)

Hulpsystemen kunnen ook een hoop dingen niet

Kijk bovendien goed wat de hulpsystemen in je auto kunnen en wat ze niet kunnen. Want het is belangrijk dat je weet of je auto alleen maar in staat is om hindernissen op de weg te zien, of dat hij ook echt zelf een noodstop kan maken.

Bij een recente test van rijhulpsystemen door NU.nl, stipte Mark Maaskant van de ProDrive Academy bijvoorbeeld al eens het verschil tussen rijbaanassistentie en lanekeeping aan. "Lane Trace Assist is echt een assistent en moet niet verward moeten met lanekeeping. Het systeem helpt je binnen de lijnen te blijven maar je merkt dat je als bestuurder meer in controle moet blijven."

En dan loont het ook nog de moeite om te zien of je de hulpsystemen in je auto moet in- of uitschakelen. Veel systemen, zoals Adaptive Cruise Control (ACC), moet je inschakelen, maar er zijn ook systemen die automatisch zijn ingeschakeld maar die je kunt uitschakelen. Je moet er dus wel mee leren omgaan.

Rol van bestuurder wordt sturen

In Eindhoven vond eerder deze zomer een internationaal congres plaats over Intelligent Transport Systems. Daar was ook veel aandacht voor ADAS-systemen, want het blijkt dat veel automobilisten niet of onvoldoende weten wat hun auto eigenlijk kan. Om dat duidelijk te maken stapten we met een paar instructeurs van ProDrive in een auto om uit te zoeken wat de mogelijkheden en de beperkingen van ADAS-systemen zijn.

We rijden met een instructeur in een Volvo V40 in een treintje van demo-auto’s, voor ons rijdt een Ford Focus. De instructeur schakelt de ACC in en haalt zijn voet van het gaspedaal. Op keurige afstand van de Focus rijden we door het drukke Eindhovense verkeer.

"Ik heb de afstand tot de voorligger afgesteld op drie streepjes", vertelt de instructeur. "Bij deze auto kun je tot vijf streepjes gaan, het eerste streepje is 1 seconde, elk streepje daarna is 0,5 seconden." Als we een verkeerslicht naderen, stopt onze Volvo keurig achter de Focus. De afstand is zo groot, dat we onder de achterbumper van de Focus door zijn achterwielen nog kunnen zien. Al die tijd heeft Bonne het gas- en het rempedaal niet aangeraakt.

Als na een minuut of twee het licht weer op groen springt, raakt hij alleen even het knopje 'resume' aan. Onze Volvo komt weer in beweging en volgt als aan een touwtje de Ford Focus. Het enige wat de bestuurder doet, is, sturen.

Met ACC ingeschakeld hoeft je in de Volvo alleen nog maar te sturen (foto: Volvo)

'Inhalen kun je nog altijd beter zelf doen'

Na een eerste rondje met de Volvo, stappen we in bij een andere instructeur in een Kia e-Niro. "Deze auto is volledig ADAS", zegt hij bij het instappen. Dat wil zeggen dat de Kia is voorzien van alle denkbare ADAS-systemen.

De rit gaat nu vanuit het centrum van Eindhoven naar de Automotive Campus in Helmond. Op de N270 houdt de Kia keurig het midden van de rechterrijstrook aan. "Je ziet dat er hier geen witte streep aan de rechterkant is, maar wel een betonnen rand, en die volgt de radar dan ook." Als we een vluchthaven naderen aan de rechterkant, is het even spannend, maar de Kia volgt mooi de rand in het asfalt.

Intussen houdt de auto keurig afstand tot de vrachtwagen voor ons. "Nu wil ik die vrachtwagen passeren, en dat kan de auto helemaal zelf. Ik doe de richtingaanwijzer aan en de auto gaat naar links. Op de linkerbaan ziet de radar vervolgens dat er geen verkeer voor ons is, en dan gaat de auto gas geven. Dat is natuurlijk niet de beste methode. Dus beter is het om in deze situatie zelf het heft in handen te nemen en gas te geven op de rechterrijstrook, zodat je met een hogere snelheid op de linkerbaan komt." Zo heeft de elektronica toch zijn beperkingen.

De Kia Niro kun je 'volledig ADAS' maken (foto: AutoWeek)

Bestuurder wordt controleur

Dat geldt ook bij het maken van een noodstop. "De auto reageert op de voorligger. Als die remt dan remt de auto ook. Alleen moet hij eerst bepalen hoe hard de voorligger remt, dus daar zit iets vertraging in."

De grootste beperking is echter dat de auto alleen maar zijn voorligger ziet. Een mens kan de verkeerssituatie inschatten en kan het verkeer voor de voorligger zien. "De auto weet bijvoorbeeld niet dat er een verkeerslicht aankomt, of een rotonde. Er zijn auto’s die dat wel kunnen omdat ze hun ADAS-systeem koppelen aan de navigatie."

Al die systemen maken de taak van de bestuurder wel anders. In plaats van actief te sturen, ben je nu als bestuurder vooral bezig om te controleren of de auto wel ziet wat jij ziet en doet wat jij zou willen doen. Vergelijk het maar met de kapitein van een supertanker, die staat ook niet zelf aan het roer, maar hij houdt wel in de gaten of de roerganger zijn werk goed doet.

Het volledige verhaal stond in AutoWeek 31