Begin juli maakte AutoWeek een reportage over een rit naar Spanje per elektrische auto. Dat ging weliswaar goed, maar niet zonder slag of stoot. Dat het ook anders kan, bewijst Tesla al jaren met een grote actieradius en, belangrijker nog, het eigen netwerk van superchargers. AutoWeek toog naar Zuid-Frankrijk om te kijken hoe dat gaat.

Kijk ook op AutoWeek.nl

De Tesla die we meekrijgen, is een Model S 100D (inmiddels vervangen door de Model S Long Range, die volgens Tesla ongeveer 610 kilometer ver komt). Die heeft een batterijcapaciteit van 100 kWh, in de praktijk goed voor ruim 400 kilometer. Voor gebruik in Nederland dus al meer dan voldoende, maar ook op een lange trip zoals die van begin juli kun je hier goed mee uit de voeten.

Voor de mensen die graag in één streep van Appingedam naar La Rochelle rijden en dan het liefst in minder dan twaalf uur, is een elektrische auto niet geschikt, dat kunnen we in ieder geval stellen. De vraag is of je dat moet willen. Vakantie is namelijk ook onthaasten en met een elektrische auto leer je dat ook wel. Knip de reis in tweeën en de druk is van de ketel.

Cruisecontrol op 130 kilometer per uur

Zo doen we dat in dit geval ook met de heenreis. Overnachten in Dijon, in een hotel met een aantal Tesla-tappunten in de parkeerkelder. Omdat we maandag aan het einde van de middag bij het hotel in de buurt van het circuit Paul Ricard worden verwacht, vertrekken we de zondag ervoor. Startpunt: het Van der Valk Hotel langs de A28 in Zwolle. Tijdens de lunch gaat de stekker van de Supercharger in de Tesla en om 14.30 uur stappen we achter het stuur, met 502 kilometer rijbereik in beeld.

Gaan we de hele weg 110 kilometer per uur rijden om stroom te sparen? Nee. De Cruisecontrol gaat gewoon op 130 kilometer per uur, een prima kruissnelheid. De klimaatregeling stellen we in op 20 graden, de airco kan uit omdat het niet zo heel erg warm is buiten. Dat spaart energie en doet niets af aan het comfort.

Zoals bekend, heeft de S een gigantisch beeldscherm. Na het invoeren van de eindbestemming, slaat de computer aan het rekenen en geeft de route, de aankomsttijd en alle tussentijdse laadpunten aan. Inclusief de tijd die elke laadstop in beslag neemt, plus het batterijpercentage bij aankomst en vertrek. Je weet precies waar je aan toe bent, hoeft niet met allerlei apps op zoek naar laadpunten, gewoon een kwestie van de geplande route volgen.

Het navigatiesysteem neemt je een hoop gepuzzel uit handen. (Foto: AutoWeek)

Geen laadpas nodig

Die eerste stop is in Urmond, alweer bij een Van der Valk, niet ver van de A2 en 221,5 kilometer vanaf het startpunt. Daar doen we twee uur over, bij aankomst staat de actieradius op 255 kilometer. Meer dan twintig minuten laden is niet nodig, precies genoeg voor een sanitaire stop, een cappuccino aan de bar en om wat berichten op de smartphone te checken. In die tijd komt er bijna 160 kilometer bij, wat het tegoed op iets meer dan 410 kilometer brengt.

Wat het laden bij die Superchargers ook zo prettig maakt, is dat je geen pasje nodig hebt. De paal herkent de auto en facturatie gaat eenvoudig via je eigen account bij Tesla. Duur? Nee, je betaalt 25 cent per kWh, in België 28 cent en in Frankrijk 24 cent. Hopla, op naar de volgende Van der Valk! Die staat zo’n 200 kilometer verderop, in Arlon.

Om 18.50 uur dokken we aan in het bijna zuidelijkste puntje van België, bij het vrij nieuwe Hotel Luxemburg. Met een laadsnelheid van bijna 600 kilometer per uur hebben we ook hier aan iets meer dan twintig minuten genoeg om de volgende stekker te halen, die zal niet ver van Dijon zijn.

Via de snelweg 31 doorkruisen we Frankrijk en net boven Metz is het tijd voor een korte stop om bij te tanken met een flesje water en een tosti. Laden doen we hier niet, dat komt later, we moeten nog meer dan 200 kilometer tot het volgende laadpark.

Je hoeft niet overal even lang te laden. (Foto: AutoWeek)

Niet overal even prettig laden

Het is iets over tienen als we de snelweg verlaten voor de laatste laadbeurt van die dag. Via een kronkelweg bereiken we het gehucht Val-de-Meuse, maar dan zijn we er nog niet. Het terreintje met Superchargers ligt buiten het dorp, een beetje in de middle of nowhere. Wat schetst onze verbazing? Er rijdt net een Model 3 weg, met een Noors kenteken. De dame achter het stuur zwaait vriendelijk.

Een heel klein beetje unheimisch voelt het wel, zo helemaal alleen in de duisternis op een verlaten terrein. Snel inpluggen en dan weer in de auto, met de deuren op slot. Maar wat wanneer je hier nou overvallen zou worden? Wegscheuren kan niet, je moet eerst de stekker eruit halen. Onprettige gedachte.

Gelukkig hoeven we niet zo gek lang te laden, ook al hadden we bij aankomst nog maar 93 kilometer te gaan. Nog iets meer dan 100 kilometer tot Grand Hotel La Cloche in hartje Dijon, dan hebben we de eerste 762 kilometer erop zitten. Met een stevige bries in de rug, vandaar het lage verbruik. Gemiddeld rond de 20,5 kWh/100 km.

Nog redelijk wat actieradius over bij aankomst bij het hotel. (Foto: AutoWeek)

Een rit als vele anderen

Het is maandagmorgen. Klokslag 09.00 uur stappen we uitgeslapen achter het stuur, met wederom 502 kilometer tegoed in het vizier. Op naar Valence, waar bij een Novotel een 'Borne de rechargement Tesla' op ons wacht. Een etappe van ruim 300 kilometer, de langste tot nu toe. Helaas hebben we één vervelende hindernis te trotseren, te weten Lyon. Daar kun je weliswaar omheen rijden, maar dat kost veel kilometers en het navigatiesysteem denkt dat het beter is om dwars door de stad te gaan.

Wonderwel gaat dat vrij aardig, maar enig oponthoud is er uiteraard wel en na net geen drie uur rijden staan we aan de laadpaal, waar we flink zullen bijladen.

Om 13.50 uur stappen we weer in, de range staat op 475 kilometer. Oh ja, en het is warm vandaag, dus de klimaatregeling staat op 21 graden en met de airconditioning ingeschakeld. Het effect op het verbruik blijkt heel klein, want na 88 kilometer rijden is er 100 kilometer uit de displayweergave. Dat gaat dus redelijk gelijk op.

We vervolgen onze weg op de bekende Autoroute du Soleil en het is gelukkig geen zwarte zaterdag of blauwe maandag. Maar voordat we koers zetten richting Le Castellet, waar het circuit is, maken we een kleine omweg naar de kust. We willen de Middellandse Zee even zien en zetten koers richting Saint-Cyr-sur-Mer. De omgeving is prachtig en na ruim 1.200 kilometer snelweg is het heerlijk om lekker binnendoor te rijden.

De auto raadde een rit dwars door Lyon aan, wat uiteindelijk meeviel. (Foto: AutoWeek)

Bijna de helft goedkoper

Aan het eind van de middag parkeren we de auto bij het GrandPrix Hotel, naast het circuit. De reis verliep perfect. Geen moment het idee gehad dat we werden opgehouden door het laden, wat geheel op het conto komt van het echt perfecte laadnetwerk van Tesla en de supersnelle laders.

De terugreis? Die reden we aan één stuk, voor een deel 's nachts. Met even 250 kilometer per uur op een lege Duitse snelweg. Gewoon omdat het kan. In ieder geval zijn alle kritische vragen van vrienden en kennissen beantwoord en alle vooroordelen ontkracht.

We hebben circa 2.700 kilometer gereden en verbruikten 637 kWh (gemiddeld 23,6 kWh/100 kilometer) aan stroom, waarvoor we gemiddeld 25 cent betaalden. Daarmee komt het totaal op 159,25 euro. Bijna net zoveel als we aan tol kwijt waren en ieder geval goedkoop genoeg om een overnachting te bekostigen. Met een benzineauto die gemiddeld 7,0 liter op 100 kilometerverbruikt, ben je iets meer dan 300 euro aan brandstof kwijt, gebaseerd op een literprijs van 1,60 euro.

De Middellandse Zee, altijd fotogeniek. (Foto: AutoWeek)

Het volledig verhaal staat in AutoWeek 28, dat deze week in de winkel ligt