Eind mei werd aan de oevers van het Comomeer in Italië het jaarlijkse Concorso d'Eleganza Villa d'Este georganiseerd, waar verzamelaars samenkomen om hun fraaiste en vaak ook zeer kostbare klassiekers te tonen en mee te dingen naar de titel 'best of show'. Wat beweegt mensen om miljoenen euro’s aan een auto te besteden?

Op het midden van het terrein staan een aantal voertuigen uit het interbellum, de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Even verderop staan de pronkstukken van het concours: de Alfa Romeo 8C 2900B, een Bugatti 57 S en een Mercedes-Benz 540 K Cabriolet.

Samen vertegenwoordigen deze drie auto's een waarde van meer dan 50 miljoen dollar (ruim 44 miljoen euro), zo laten ingewijden weten. En dat is een conservatieve schatting.

Op weer een ander deel van het terrein staan klassieke sportwagens van Ferrari, Aston Martin, Porsche, Lamborghini en Maserati opgesteld. Daarnaast staan er bijzondere prototypes, de enige in hun soort en van onschatbare waarde.

Twee Ferrari's en een Aston Martin (midden).

Toch staat er geen hek omheen. Beveiligers ontbreken eveneens. Dat blijft zo, ook als dezelfde auto's een dag later op een ander terrein voor het grote publiek te zien zijn. Het is tekenend voor het evenement dat onder auspiciën van BMW wordt gehouden, dit jaar alweer voor de negentigste keer.

'Zonde om in een garage te laten staan'

"Deze auto's zijn bewegende kunstobjecten, die moet je met de rest van de wereld willen delen", zo laat William Heinecke uit Thailand, eigenaar van een zeer zeldzame Jaguar, weten. Van de auto, een XK 120 Supersonic met een koetswerk van Ghia zijn slechts drie exemplaren gebouwd. "Het zou zonde zijn als dit model altijd maar in een garage zou staan", aldus Heinecke.

Ook het team dat een Alfa Romeo 6C 1750 Gran Sport uit 1930 heeft meegenomen, doet graag aan dergelijke evenementen mee. "Het is een klein wereldje waarin iedereen elkaar kent. Het is goed om hen weer tegen te komen met de pronkstukken uit hun verzamelingen."

De Alfa Romeo 6C 1750 Gran Sport.

Dat wereldje is echter niet de jongste meer en de volgende generatie staat niet per definitie te trappelen om de traditie van het verzamelen, restaureren en paraderen over te nemen.

"De techniek van dergelijke voertuigen raakt steeds verder uit beeld, zeker van vooroorlogse voertuigen. Jongeren weten bijvoorbeeld vaak niet wat een carburateur is. Ook vinden ze het maar niks dat er geen stereo in zit."

'Met de nek aangekeken'

Sommige verzamelaars kiezen er volgens Heinecke dan ook voor om in enkele gevallen de auto’s voor een zacht prijsje aan minder vermogende, maar niet minder enthousiaste medeliefhebbers te verkopen. Mogelijk zetten ze op die manier ook investeerders een hak, aangezien die op weinig sympathie van de andere verzamelaars kunnen rekenen.

"Je hebt mensen die een paar miljoen stukslaan op een klassieker enkel en alleen omdat het een goede investering betreft. Die lui worden dan ook een beetje met de nek aangekeken hier", aldus een deelnemer uit Luxemburg.

Een andere aanwezige, die liever anoniem wil blijven, bevestigt dat er handel onderling plaatsvindt, maar zeker niet altijd met nobele principes.

"De winst op de verkoop is veelal belastingvrij. Daardoor kan het zijn dat de een het voertuig van de ander koopt als hij of zij weet dat er winst op te behalen valt. Dat is een ander soort interesse inderdaad, maar ook hier geldt dat de auto dan wel in concoursstaat moet zijn."

Een klassieke Bentley en Mercedes-Benz naast elkaar.

'Alfa, Bugatti en Mercedes spelen in Eredivisie'

Het is voor veel mensen lang niet altijd duidelijk wat het onderscheid is tussen een goed gerestaureerde klassieker en een perfect gerestaureerd model.

De Amerikaan Stephen Bauer staat naast zijn Bentley 4 ¼ Litre uit 1936 naast de eerder genoemde modellen van Alfa, Bugatti en Mercedes-Benz. Hij maakt zich geen illusies wat de uitslag van het concours betreft, ondanks dat zijn wagen voor de leek niets onderdoet voor het drietal.

“De Alfa, Bugatti en de Mercedes spelen in de Eredivisie, mijn Bentley bij de zaterdagamateurs”, lacht Bauer. Hij gaat meer voor de looks van de auto en weet te vertellen dat het koetswerk van een Franse carrosseriebouwer is in plaats van een Britse fabrikant. "Je koopt een stukje geschiedenis."

Ook voor de in Monaco woonachtige Emma Beanland hoeft het allemaal niet perfect te zijn. Ze gebruikt haar Delahaye naar eigen zeggen dan ook regelmatig.

"Ik waak in feite over een stukje erfgoed en ik heb er dan flink wat geld voor over om deze auto op zo veel plekken tentoon te stellen. Ik denk dat mensen dat meer waarderen dan wanneer een auto als deze alleen maar binnenstaat."

De gunfactor van deze auto's maakt tevens dat eigenaren zich geen zorgen maken dat ze binnen afzienbare tijd niet meer de weg op mogen met hun voertuigen. "Ik denk dat we daar nog jaren van verwijderd zijn", zegt Jaguar-eigenaar Heinecke. "Bovendien, wie wil er nu zulke fraaie wagens weren?"

Het Concorso d'Eleganza Villa d'Este wordt gehouden aan het Italiaanse Comomeer.

Alfa Romeo verkozen tot allermooiste

Toch loopt er ook een aantal bloedserieuze deelnemers rond. Een aanwezige Nederlandse zakenman en verzamelaar is er een van.

"Ik streef altijd naar succes en dan is het winnen van prijzen met een auto in deze staat het hoogst haalbare", zegt hij, wijzend naar de Mercedes 540 K Cabriolet naast hem.

De Alfa Romeo 8C 2900B uit 1937 van de Amerikaan David Sydorick gaat met de prijs best-of-show aan de haal, de eerste van slechts vijf gebouwde exemplaren met een koetswerk van carrosseriebouwer Touring uit Milaan.

De winnende Alfa Romeo 8C 2900B.