Mobiliteitsplatformen en autodeelprogramma's zijn belangrijke uitdagingen voor de automobielindustrie. Een interview met Seat CEO Luca de Meo over de kwestie en over de rol van zij merk binnen het Volkswagen-concern.

Kijk ook op AutoWeek.nl

Seat verkocht 202.600 auto's in de eerste vier maanden van dit jaar, een stijging van 7 procent ten opzichte van een jaar eerder. Die groei is niet in de laatste plaats te danken aan de populariteit van het merk in Nederland. Hier steeg de verkoop tot en met april met 22,3 procent, waarmee de Nederlandse markt de best presterende afzetmarkt in Europa is voor Seat.

Volgens Seat-topman De Meo is de gemiddelde leeftijd van autobezitters in Europa 53 jaar, terwijl dat bij Seat 41 jaar is. Dat zag niet iedereen als een positief gegeven, geeft de CEO toe in een interview met AutoWeek.

"Ik heb voor acht merken gewerkt, maar toen ik bij Seat kwam, werd me verteld: 'We hebben een probleem: onze klanten zijn te jong en daar zit weinig geld.' Ik antwoordde: 'Wát?! Je hebt geen idee hoeveel Powerpoint-presentaties ik heb gegeven over de noodzaak van het verjongen van je publiek. Kom ik eindelijk bij een jong merk, vertellen jullie me dat we moeten verouderen? No way!' Daaraan zie je wel onze rol binnen de groep. Het is onze taak om de jongere klanten binnen te halen en daarna mogen ze best een Audi, Volkswagen of Porsche kopen."

Seat-CEO Luca de Meo: "Het is onze taak om de jongere klanten binnen te halen en daarna mogen ze best een Audi, Volkswagen of Porsche kopen."

'Een zekere schaalgrootte nodig'

Het jongere publiek heeft meer aandacht voor autodelen of het huren van een voertuig, wat daardoor mogelijk een grotere impact op een merk als Seat heeft dan op andere fabrikanten. Toch ziet De Meo de mobiliteitsplatformen niet als een probleem.

"Dertig, veertig jaar geleden kon je in Europa amper auto's huren. Nu is dat een apart distributiekanaal. Wij leveren daar auto's aan. Daar verdienen we niet veel aan, maar we verkopen ze wel. Datzelfde zal ook gebeuren met mobiliteitsplatforms. Daarbij moet je wel vooral denken aan de centra van grote steden, pakweg vanaf een à anderhalf miljoen inwoners. Daaronder loont het niet, omdat je een zekere schaalgrootte nodig hebt om het rendabel te houden", aldus de CEO.

Zelf woont De Meo in Milaan, waar hij prima uit de voeten zou kunnen met een scooter of het openbaar vervoer. Toch heeft de topman nog altijd een auto. "Het zou erg gemakkelijk zijn als ik de ene dag de metro kan pakken, de volgende dag een scooter en als ik de stad uit moet weer een auto", geeft De Meo toe.

De Seat el-Born wordt de eerste volwaardige elektrische familieauto van het merk.

'Een rendabel mobiliteitsplatform heb ik nog niet gezien'

Er valt nog weinig te zeggen over het aandeel van de totale mobiliteitsbehoefte die dit soort systemen gaat vervullen en of voertuigen van de toekomst specifiek voor dit doel ontworpen zijn.

"Als hij autonoom kan rijden, hoeft hij niet geparkeerd te worden. Daarnaast, hoe onafhankelijk is hij van de laadinfrastructuur, bijvoorbeeld door uitwisselbare accu's? Dat soort factoren is bepalend voor het succes en rendement van auto-deelprogramma’s en dat maakt het onderwerp moeilijk te voorspellen; de factoren veranderen zo snel. En dat maakt het weer onzeker voor investeerders. Autoverhuurbedrijven zijn rendabel, maar een rendabel mobiliteitsplatform heb ik nog niet gezien."

'Op een belangrijk kruispunt beland'

Toch is Seat net als andere merken bezig zichzelf om te vormen van autofabrikant tot een aanbieder van mobiliteitsoplossingen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat De Meo de huidige ontwikkelingen toch vooral als een kans ziet in plaats van een probleem. Dat herhaalde hij nog eens tijdens een toespraak op een beurs in Madrid vorige maand.

"Honderd jaar geleden maakte de auto-industrie de maatschappij mobiel. Nu zijn we op een nog belangrijker kruispunt beland. Ik ben er echter van overtuigd dat we met de juiste instelling, middelen en toewijding nog sterker uit dit proces kunnen komen."

Seat-CEO Luca de Meo, hier tijdens een evenement in Madrid.

Het volledig interview stond in AutoWeek 19