Langs de snelwegen verschijnen steeds meer ledreclameschermen. Deze geven - in tegenstelling tot ouderwetse reclameborden - meer licht af. Daarnaast tonen sommige schermen bewegende beelden. Heeft dit een negatief effect op de verkeersveiligheid?

Er worden al ruim een eeuw reclame-uitingen langs de weg geplaatst om de aandacht van bestuurders te trekken. Dit kan afleidend werken, zo blijkt uit een Amerikaans onderzoek uit 2006. Naar buiten kijken heeft een vier keer zo grote kans op een ongeval tot gevolg.

Tegelijkertijd is er in minder dan 1 procent van de gevallen een direct verband tussen een object langs de weg, wat niet per definitie een reclamebord hoeft te zijn, en het (bijna-)ongeval waarbij afleiding de hoofdoorzaak was. 

Of dat anders ligt bij opvallende reclameborden, zoals fel verlichte exemplaren en schermen met bewegende beelden, werd drie jaar geleden onderzocht door de Universiteit Hasselt in België. Dit deden de onderzoekers met proefpersonen in een simulator. Daarbij werd gekeken naar het effect van de wisselfrequentie van beelden en de locatie van reclameborden nabij locaties waar extra aandacht vereist is, zoals zebrapaden.

Vooral bij ledreclameschermen met veel verschillende beelden constateerden de onderzoekers veel zogeheten oogsprongen, een hogere snelheid, een lagere reactiesnelheid en een lagere bereidheid om voetgangers te laten oversteken. Tot slot vertoonden de proefpersonen slingergedrag.

"Uit de analyses van het kijk- en rijgedrag bleek dat verlichte reclameborden een invloed hebben op het rijgedrag", zo luidde een persbericht van de universiteit.

Elke dag is anders

Het is lastiger om eenzelfde relatie in de praktijk aan te tonen, omdat je hiervoor een langere onderzoeksperiode en bovenal zo gelijk mogelijke omstandigheden nodig hebt. Dat laatste is alleen al gezien de dagelijks wisselende weer- en verkeerssituatie bijna onmogelijk.

Bovendien rijst de vraag wat een reclamescherm opvallend maakt en ook of overal in het land dezelfde regels gelden.

Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat is het vergunnen van reclame-uitingen langs wegen een gemeentelijke bevoegdheid. Het agentschap heeft daartoe de Handreiking Beoordeling Objecten langs Auto(snel)wegen uitgebracht om gemeenten te helpen bij beslissingen over vergunningsaanvragen en het opstellen van vergunningsvoorschriftenrekening te houden met verkeersveiligheid.

Voor ledreclameschermen is daarnaast de Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) van belang. Die richtlijn geeft - vooral dankzij jurisprudentie in de achterliggende twintig jaar - aanvragers, vergunningverleners, gemeenten en burgers houvast voor hun beoordeling.

"Er mogen geen bewegende beelden worden getoond en de schermen mogen niet verblinden. Dat laatste kan worden getoetst met de eerder genoemde Richtlijn Lichthinder. Om te voorkomen dat een reclamescherm de aandacht te lang vasthoudt, mogen beelden en teksten niet vaker dan één keer per zes seconden wisselen en de beelden mogen niet aan elkaar gerelateerd zijn", aldus de woordvoerder van Rijkswaterstaat.

'Hoe dynamischer de reclame, des te hoger de hinder'

De wisseling van statische beelden op ledreclameschermen is aan regels onderhevig en kan alleen onder voorwaarden worden toegestaan. "Als de wisseling abrupt is, dat wil zeggen niet langer duurt dan 0,1 seconden, is er geen probleem. Bij de beeldwisseling mogen echter geen speciale effecten zoals fading worden toegepast."

Kort gezegd kun je volgens Henk Stolk, voorzitter van de expertgroep lichthinder van de NSVV, stellen dat hoe dynamischer en hinderlijker de reclame is, hoe meer restricties er voor plaatsing gelden.

Voor de beoordeling van lichthinder van reclameobjecten wordt Nederland door het bevoegd gezag in vier zones opgedeeld. Binnenkort komt daar zelfs een vijfde voor duistere gebieden bij. 

"In die zones gelden verschillenden grenswaarden voor de maximale luminantie (helderheid, red.) van lichtreclame, die in tabellen afhankelijk van de grootte van het object geregeld worden. Daarnaast wordt voor dynamische reclame een correctie op deze grenswaarden naar minder helderheid aangebracht afhankelijk van de aard van de dynamiek. Denk daarbij aan vloeiend, knipperend, met beweeglijke overgangen of met rustige afwisseling", aldus Stolk.

'Verplaatsing van ongevalen noemenswaardig'

Het fenomeen digitale reclame met ledschermen is nog relatief jong, waardoor er nog weinig onderzoek is gedaan naar alle mogelijke effecten op de verkeersveiligheid. De relatie tussen ledreclameschermen en verkeersveiligheid was in 2017 echter het onderwerp van een afstudeeronderzoek van twee studenten van de Hogeschool Zwolle bij advies- en ingenieursonderneming Arcadis.

Hun onderzoek concentreerde zich op de situatie voor en na het plaatsen van schermen langs de A1 bij Terschuur, die langs de A2 bij Zaltbommel en het exemplaar bij Zevenhuizen langs de A12. Bij het scherm langs de A1 zag het tweetal "verminderde doorstroming, verminderde snelheid of snelheidsverloop" en dat zou "redelijkerwijs verband houden met de plaatsing".

Ook bij het aantal incidentmeldingen werden effecten van het plaatsen van een reclamescherm langs de A1 geconstateerd. "Noemenswaardig is de 'verplaatsing' van de ongevallen richting het ledreclamescherm", aldus het onderzoek.

Geen direct verband

Net als in veel andere onderzoeken wordt ook in dit recente onderzoek een kanttekening bij de bevindingen geplaatst. "Een ongeluk is vrijwel altijd een samenloop van omstandigheden, zoals de situatie op de weg, het weer, de omgeving en de toestand van de bestuurder. Afleiding door ledreclameschermen kan in combinatie met andere factoren 'de druppel' zijn die leidt tot een ongeval."

In 2016 telde Rijkswaterstaat na de plaatsing van een ledreclamescherm langs de A12 bij Zoetermeer meer ongelukken dan een jaar eerder. Ook toen gold dat de toename niet direct gelinkt kon worden aan de zuil.