Dit jaar bestaat het Franse automerk Citroën honderd jaar. De fabrikant is niet alleen verantwoordelijk voor een aantal van de meest karakteristieke ontwerpen van de afgelopen eeuw, maar ook voor belangrijke technische innovaties. Een kleine greep uit de hoogtepunten uit de geschiedenis van het merk.

Citroën is in feite een fabrikant met een Nederlands tintje. Oprichter André-Gustave Citroën had Nederlandse voorouders en ook zijn vader was een Nederlander, te weten de Amsterdamse handelaar Levie Citroen. Pas na de verhuizing van het gezin van het Poolse Warschau – de moeder van André was Pools – naar Parijs kwam er een trema op de 'e'.

'André Citroën was zijn tijd vooruit'

Al vroeg tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen André Citroën munitie produceerde voor het Franse leger, werd naar verluidt de beslissing genomen om na de oorlog auto’s te gaan bouwen. Zodoende was er vier maanden na het einde van de oorlog al een eerste voertuig gereed, het Type A. Het model verscheen in de zomer van 1919 op de weg.

In de jaren die volgden wist de naamgever van het merk Citroën op verschillende manieren indruk te maken. "Wat veel mensen niet weten is dat André Citroën met zijn bedrijfsvoering en filosofie een grote invloed op de auto-industrie heeft gehad in het algemeen, nog los van de techniek", zegt pr-directeur in Nederland Anne Lobbes.

Zo gebruikte Andre Citroën de Eiffel Toren als reclamezuil, wat hiermee de grootse reclame-uiting ter wereld werd. Daarnaast sponsorde hij gemotoriseerde expedities naar verre en moeilijk bereikbare oorden. Ook beroemd werd de eerste doorkruising van Australië per auto, een Citroën 5CV Type C Torpedo.

"Nog los van deze zaken was André Citroën voor zijn tijd echt vooruitstrevend door dagopvang voor kinderen en door een ziekenboeg in zijn fabriek aan te bieden aan de vrouwen die er werkten", aldus Lobbes.

Modellen nog steeds op het netvlies

Hoewel de Citroën DS uit 1955 dankzij de speciale hydropneumatische vering en gestroomlijnde carrosserie de geschiedenis is ingegaan als revolutionaire auto, voltrok de echte revolutie in de auto-industrie zich al ruim twintig jaar eerder met de lancering van de Citroën Traction Avant, een model dat dit jaar 85 jaar bestaat.

Dat was in 1934 de eerste in serie geproduceerde auto met voorwielaandrijving, een zelfdragende carrosserie, onafhankelijke wielophanging en een hydraulisch remsysteem. Allemaal zaken die tot op de dag van vandaag de norm zijn.

Samen met de 2CV ui 1948, ook wel de Eend genoemd, zijn de Traction Avant en de DS de auto’s die bij veel mensen op het netvlies staan. De gemene deler is naast technische innovatie ook het grote rijcomfort, met name bij de DS dankzij het veersysteem. Dat verklaart volgens Lobbes voor een groot deel de voortdurende aantrekkingskracht van het merk.

"Citroën heeft in het honderdjarig bestaan zoveel verschillende modellen verkocht dat er voor eenieder wel een model bij zit wat hem/haar aanspreekt. Verder is het design van veel modellen erg aansprekend en vinden veel mensen comfort nog steeds erg belangrijk als het om autorijden gaat."

HY blauwdruk voor moderne bestelwagens

Lobbes, die zelf Citroën Dyane 6 rijdt, zegt verder dat ook het belang van de HY bedrijfswagen niet onderschat mag worden. De auto kwam in 1947 op de markt en was daarmee ruim drie jaar eerder dan de eveneens beroemd geworden Volkswagen Transporter 1.

De Citroën HY is in feite de blauwdruk voor alle busjes zoals we ze ook vandaag de dag nog kennen. Het model werd tussen 1963 en 1970 ook op het Stadionplein in Amsterdam geassembleerd. In het pand, Rijksmonument Citroën Noordgebouw, zijn nu winkels en kantoren gevestigd.

Een ander opvallend gegeven is dat de 2CV en de DS heel lang heel populair bleven. De DS uit 1955 beleefde in 1970 zijn beste jaar, terwijl de in 1948 gelanceerde 2CV in 1974 piekte. Dit, in combinatie met het succes van de in 1970 gelanceerde GS, betekende dat Citroën landgenoot Peugeot overvleugelde als tweede fabrikant van Frankrijk.

Onderscheidend vermogen steeds minder

Lang duurde de feestvreugde echter niet. De combinatie van een aantal ongelukkige beslissingen en investeringen, de oliecrisis in 1973 en het verlaten van de Amerikaanse markt het jaar erop resulteerde in een faillissement en uiteindelijk in een overname door Peugeot in 1976.

In de jaren tachtig en negentig werd het onderscheidend vermogen van Citroën steeds minder, met als uitzonderingen de BX uit 1982 en de XM uit 1989. Volgens veel liefhebbers staan modellen als de Saxo (1996) en de Xsara (1997) symbool voor de creatieve armoede van die jaren.

Ook de beroemde hydropneumatische vering werd naar de uitgang gedreven. De duurdere versies van de tweede generatie van de C5, die tussen 2008 en 2017 gebouwd werd, waren samen met de later geïntroduceerde C6 de laatste auto’s met het veersysteem.

Rondom het eeuwfeest van Citroën zijn een aantal activiteiten gepland. Zo is het merk prominent aanwezig op Retromobile 2019, een evenement dat op 6 februari in Parijs van start gaat. Van 19 tot 21 juli organiseert het merk de zogeheten ontmoeting van de eeuw op het voormalige testterrein Ferté-Vidam. Citroën rekent op de komst van ongeveer elfduizend eigenaren en zo'n vijfduizend auto's.

Kijk voor meer informatie op AutoWeek.nl