Hevige sneeuwval in de Alpen leidt deze weken tot flinke vertraging en problemen op de weg. Toch gaan veel Nederlanders met de auto op wintersportvakantie. Waar moet je als bestuurder rekening mee houden in dergelijke omstandigheden?

Bij sneeuw is de kans op blikschade ongeveer 75 procent groter dan bij normaal weer. Daarom is het van belang dat je de snelheid omlaag brengt, abrupte stuurbewegingen en handelingen zoveel mogelijk vermijdt en ver voor je uit kijkt.

Probeer bij vertrek wielspin te vermijden en het voertuig geleidelijk in beweging te brengen. Soms kan dit door in een hogere versnelling weg te rijden. Op een gladde ondergrond kan het ook helpen om het stuur iets te draaien bij het wegrijden.

Door het aanvoelen van de auto kom je veel te weten over de toestand op de weg. Schuift het voertuig een klein beetje door in een bocht of merk je een gebrek aan tractie bij het uitkomen van een bocht, dan is de snelheid te hoog en de weg misschien minder berijdbaar dan gedacht.

Hou tot slot ook rekening met het feit dat de omstandigheden en de berijdbaarheid van de weg kunnen veranderen. Op bruggen en andere open gebieden kan de temperatuur lager liggen dan voor het skihotel in de dorpskern.

Een goede voorbereiding is het belangrijkst

Het belangrijkste advies van Mark Maaskant van Prodrive Academy, een bedrijf dat rijvaardigheidstrainingen verzorgt, is een gedegen voorbereiding op de reis.

"Iemand die een groot aantal kilometers per jaar aflegt, is daardoor niet beter in staat om zomaar naar Oostenrijk te rijden. Je moet goed voorbereid zijn en de juiste artikelen bij te hebben."

Vaak worden volgens Maaskant een aantal belangrijke zaken nog voor vertrek over het hoofd gezien, waaronder de staat van de winterbanden. Deze zijn immers bij de relatief hoge temperatuur in Nederland aan slijtage onderhevig.

Bovendien heeft niet iedereen sneeuwkettingen bij zich. En als dat wel het geval is, dan is het niet voor iedereen duidelijk hoe ze deze moeten monteren en om welke wielen. Sneeuwkettingen om de voorwielen van een achterwielaangedreven auto hebben immers weinig nut.

Logisch nadenken scheelt een hoop

De stelregels voor onderweg zijn volgens Maaskant de snelheid aanpassen, afstand houden en logisch nadenken. Zo moet de bestuurder inzien dat gripverlies het gevolg is van een te hoge snelheid. Ook moet de automobilist zich realiseren dat veiligheidssystemen van de auto weliswaar een hoop kunnen oplossen, maar dat niet tot in het oneindige kunnen.

"Als je in bochten steeds het lampje van het elektronisch stabiliteitsprogramma ziet flikkeren, betekent dit dat je consequent te hard rijdt gezien de omstandigheden."

Zorg er in ieder geval voor dat je voor het aansnijden van een bocht al langzamer rijdt. Probeer eenmaal in de bocht niet meer te corrigeren om zo de auto stabiel te houden.

Bij een lagere snelheid is het minder waarschijnlijk dat de auto grip verliest en naar de buitenkant van een bocht schuift. Mocht dat toch gebeuren, dan heb je bij een lagere snelheid een betere kans het voertuig weer onder controle te krijgen.

Laat ABS het werk doen

Verlaag in alle gevallen de snelheid zonder te remmen, ook als de auto onverwachts toch grip verliest. Trap wel eerst de koppeling in voordat je van het gas gaat.

Blijf vervolgens niet alleen in de richting sturen waar je naartoe wilt, maar kijk ook die kant op. Zodra je merkt dat de wielen weer rollen, kun je proberen te remmen.

In andere, meer extreme situaties is het belangrijk om op het antiblokkeersysteem (ABS) te vertrouwen. Aangezien tegenwoordig vrijwel alle auto's over ABS beschikken, is het van belang de remdruk constant te houden zodat het systeem zijn werk kan doen.

Indien het voertuig niet uitgerust is met ABS, kun je het beste pompend remmen.

Elke auto reageert anders

Evenzoveel auto's zijn uitgerust met een elektronisch stabiliteitssysteem (ESP). Dit systeem reageert in elk voertuig anders, waardoor het moeilijk te voorspellen is hoe de auto zich zal gedragen in noodsituaties.

Ook het type aandrijving en de staat van de banden spelen hierin een rol. Een voertuig met achterwielaandrijving laat zich anders corrigeren dan een auto met de aandrijving op de voorwielen. Ga in ieder geval van het gas af.

Een tip die niet iedereen in je directe omgeving zal bevallen, is te oefenen. Probeer bij sneeuw in Nederland een lege parkeerplaats op te zoeken om erachter te komen hoe je auto zich gedraagt bij stevig remmen of om te ondervinden hoe en wanneer het ESP ingrijpt bij gripverlies. Hierdoor leer je het voertuig iets beter kennen.

Maaskant plaatst hier echter wel een kanttekening bij. "Je leert het niet in een uur of een dag kennen onder dergelijke omstandigheden. Wat wel kan helpen, is om waar mogelijk bij gladheid eens vol te remmen."

'Niet per definitie voorstander van slipcursus'

Ook een slipcursus is  wat Maaskant betreft niet het ultieme middel voor een betere rijvaardigheid in de sneeuw of bij gladde omstandigheden.

"Een dergelijk cursus kan mensen het gevoel geven dat ze een bepaalde situatie de baas zijn, waardoor ze eerder geneigd zijn meer risico's te nemen."

Eenzelfde probleem ziet Maaskant bij montage van winterbanden. "Bestuurders zien deze banden terecht als gripverhogend. Maar dat moet de verkeersveiligheid ten goede komen, niet een hogere snelheid."

Maaskant ziet daarom meer heil in het coachen van bestuurders in gevaarherkenning, verkeersinzicht en de werking van veiligheids- en rijhulpsystemen. Dit moet ervoor zorgen dat mensen zich realiseren dat je wel degelijk de snelheid aan de omstandigheden moet aanpassen.

"Oudere auto's gleden nog weleens, waardoor je moest corrigeren. Dat is bij nieuwe auto's bijna niet meer het geval. Mensen moeten begrijpen waarom dat is. Daarnaast is het van belang dat bestuurders weten wat slipveroorzakers zijn, zoals afritten waar relatief minder wordt gereden. Of viaducten die kunnen opvriezen. Ook schaduwplekken worden onvoldoende herkend. Denk daarbij aan het deel van de weg onder de bomen waar de zon nog niet is geweest."