Laurens van den Acker, de Nederlandse directeur design bij Renault, voorziet een toekomst met slimme en schone autonome deelauto's. Auto-ontwerpers hebben volgens Van den Acker de taak om de in theorie saaie mobiliteitsoplossingen van morgen interessant te maken.

Op termijn woont 70 tot 80 procent van de wereldbevolking in steden. Veel van deze mensen willen niet de lasten van autobezit en parkeerproblemen.

Ontwerpers krijgen dus in toenemende mate te maken met een situatie waarin een auto niet langer iets is dat iemand bezit, maar wat iemand gebruikt. Dergelijke deelvoertuigen van de toekomst worden dus niet langer per definitie voor de consument ontworpen.

"We hebben niet meer een eindklant voor een voertuig als de Renault EZ-GO. Maar we wilden er toch een verzinnen, omdat het anders heel moeilijk is te bepalen wat een ontwerp tot een succes maakt. Toen hebben we besloten de burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, als uitgangspunt te nemen."

Volgens Van den Acker kan een auto voor bijvoorbeeld een burgermeester als visitekaartje van de stad dienen, zeker als er in de toekomst grote aantallen van dezelfde autonome auto's rondrijden.

"In onze beleving wilde ze dat haar stad gezien zou worden als vooruitstrevend, innovatief en schoon. We hebben daarom geprobeerd een auto te ontwerpen die een imagobooster kan zijn, zoals de TGV dat was voor Frankrijk in de jaren tachtig."

Een andere reden voor Van den Acker en zijn team om in dit scenario een burgermeester of andere lokale bestuurders als uitgangspunt te nemen, is dat zij relatief veel macht hebben. Bestuurders kunnen een hoop klaarspelen in steden, die daarnaast langzamerhand zo groot worden dat ze bijna met landen te vergelijken zijn.

'Werk wordt niet makkelijker, wel interessanter'

Omdat de EZ-GO de taak van een autonoom stadsvoertuig heeft, is de wagen in de vorm van een trapezium ontworpen. Deze vorm maakt dat het voor sensoren makkelijker is om de directe omgeving van de auto in de gaten te houden. Dergelijke technologie gaat een steeds belangrijkere rol vervullen en ontwerpers staan daarbij voor de keuze hoe ze dit willen integreren.

"Om autonoom rijden mogelijk te maken, moeten we volgens ingenieurs zo'n 45 camera's en sensoren in de auto integreren. Dat ziet eruit alsof je met een mitrailleur op de auto hebt geschoten. Je moet je dus afvragen of je dat wilt verbergen of juist wil laten zien", aldus Van den Acker.

Het voordeel van verbergen is dat je de auto er mooier uit kan laten zien. Het nadeel is dat het op die manier lastiger is om klanten te overtuigen van de noodzaak van een extra investering.

"Daarnaast moeten we kijken of we de techniek gaan gebruiken om te laten zien dat dit een auto van de nieuwste generatie is en dat deze daardoor aantrekkelijk wordt, net zoals mooie schermen in het interieur dat nu doen. Denk daarbij aan camera's in plaats van zijspiegels. We moeten slim kiezen wat we wel en niet willen. Ons werk wordt daardoor niet makkelijker maar wel interessanter."

'Fransen houden van een mooi gebaar'

Van den Acker en zijn team hebben het geluk dat gebruikers tamelijk conservatief zijn. Daardoor hoeven de ontwerpers op korte termijn niet te veel veranderingen tegelijkertijd door te voeren.

"Je hebt altijd een soort spanning. Mensen willen verandering, maar niet te veel. Te veel verandering kan ze verwarren. Het feit blijft dat autorijden een van de gevaarlijkste dingen is die je in je leven doet. Je kunt mensen dus niet confronteren met een volledige revolutie. Je kan niet opeens het stuur vervangen door een joystick of achterstevoren gaan zitten."

Van den Acker wijst daarbij naar het voorbeeld van elektrisch rijden. "Mensen zijn heus geïnteresseerd in schoon en elektrisch rijden, maar ze willen niet dat de verpakking te veel afwijkt van de norm. Daarom is de Renault Zoe vrij conventioneel van binnen en van buiten, maar qua rijbeleving is het helemaal wat elektrisch rijden te bieden heeft."

Om die reden vergelijkt Van den Acker het ontwerpproces met iemand leren kennen. Een nieuw auto-ontwerp moet je niet alleen weten te verleiden, maar ook inhoud hebben. "Je moet tot een persoon aangetrokken zijn. Maar als je hem of haar leert kennen, moet je ook met elkaar door één deur kunnen."

Dat Renault een Frans merk is, helpt daarbij. "Een Renault moet er sensueel uitzien en een soort Latijnse uitstraling hebben. Frankrijk is een warm land, niet koud zoals Duitsland of heet als Italiaanse ontwerpen. We zijn ook Frans in dat er iets van innovatie in moeten zitten. Cultuur is ook belangrijk, want in Frankrijk houdt men immers van een mooie geste."

'Waarom parkeer je de auto niet in de woonkamer?'

Autonome en elektrische deelauto's zijn volgens Van den Acker overigens niet het enige toekomstscenario. Dergelijke voertuigen zijn niet de vervanging van de auto zoals we deze nu kennen, maar eerder een toevoeging aan het palet van mobiliteitsoplossingen.

Dit biedt volgens de directeur design nieuwe kansen, zeker met het oog op de groep klanten voor wie autobezit belangrijk blijft. "Emotioneel vervoer in plaats van uitsluitend fysiek vervoer", zo omschrijft de ontwerper het.

De auto kan echt deel uitmaken van iemands leven, aldus Van den Acker. Denk aan een 'connected car' die kan communiceren met je woning. De muziekinstallatie thuis kan het nummer afspelen dat je bij het uitstappen nog afspeelde, terwijl de accu van de auto ook voor elektriciteit in de woning zorgt.

"Sterker nog, je kunt je auto en woning samen ontwerpen en vergelijkbare kenmerken meegeven. En als het een fraai en schoon voertuig is, waarom zou je deze dan niet gewoon in de woonkamer parkeren? Dit geeft je een extra kamer in huis om te ontspannen of te werken."

Dit maakt dat ontwerpteams tegenwoordig ook mensen in dienst hebben die zich bezighouden met interieurverlichting. Of softwareprogrammeurs voor de interface van het infotainmentsysteem. Het uitgangspunt voor ontwerpers blijft volgens Van den Acker echter hetzelfde: "Onze taak is om morgen beter te maken dan vandaag."