De nieuwe bolides van de verschillende Formule 1-teams zijn inmiddels al weer druk op de baan in Barcelona voor de wintertests. Wat zijn op dit moment de snelste auto's voor de openbare weg van de Formule 1-constructeurs en motorleveranciers? Een overzicht.

Mercedes-AMG en Red Bull hebben zich nadrukkelijk toegelegd op de ontwikkeling van een Formule 1-auto voor op straat met respectievelijk de Project One en de Aston Martin Valkyrie. 

De techniek van de Mercedes-AMG Project One is rechtstreeks afgeleid van de W06, W07 en W08 Formule 1-auto's van het team. Ook grote delen van het hybride aandrijfsysteem zijn overgenomen uit de Formule 1, waaronder de batterijen.

Het Project One-model wordt aangedreven door een 1,6-liter V6 motor, aangevuld met een viertal elektromotoren. Het blok kan 11.000 toeren draaien, net iets minder dan de oude Formule-1 krachtbron van Mercedes. Die motor 'deed' 13.500 toeren.

De aandrijflijn is goed voor meer dan 1.000 pk, waarmee de auto in minder dan 6 seconden naar de 200 kilometer per uur accelereert. De topsnelheid ligt boven de 350 kilometer per uur.

Na ongeveer 50.000 kilometer moeten de eigenaren zich melden bij Mercedes-AMG voor een revisie. Daarbij worden de motor en versnellingsbak uit elkaar gehaald voor inspectie.

Strijdgodin

De enige concurrent van de Mercedes-AMG Project One is de Aston Martin Valkyrie, tot stand gekomen in samenwerking met Red Bull Racing. Ook dat model is voorzien van een hybride aandrijflijn, zij het met een 6,5-liter V12 als hart.

Aston Martin heeft officieel nog geen technische gegevens vrijgegeven, maar aangenomen wordt dat de aandrijflijn een vermogen levert van ongeveer 1.000 pk.

Ook het gewicht zal rond dat getal schommelen, rond de 1.000 kilo. Het merk heeft alles op alles gezet om gewicht te besparen. Zo is het Aston Martin-embleem 70 micrometer dun, dunner nog dan een mensenhaar.

De Valkyrie is opgebouwd rond een koolstofvezel kuip. Ook de carrosseriedelen zijn uit het lichtgewicht materiaal vervaardigd.

Volgens Aston Martin is het bochten- en remgedrag van de Valkyrie vergelijkbaar met de prestaties van de Red Bull Racing RB6, waarmee in 2010 door het Formule 1-team de eerste wereldtitel bij de constructeurs behaald werd. Sebastian Vettel, nu rijdend voor Ferrari, pakte met de RB6 zijn eerste titel bij de coureurs.

Koopje

Het beste dat Ferrari op dit moment te bieden heeft is de 812 Superfast. De auto, aangedreven door een 800 pk sterke V12, haalt een topsnelheid van 340 kilometer per uur. De Superfast accelereert in 2,9 seconden naar 100 kilometer per uur.

In vergelijking met de Project One en de Valkyrie is de Ferrari met 389.330 euro een koopje. De Aston Martin zal naar verluidt minimaal 2,3 miljoen euro gaan kosten.

De AMG kostte bij inschrijving 2,75 miljoen euro. Een eigenaar die de Project One in het tweede kwartaal van 2019 geleverd krijgt, heeft zijn exemplaar in Duitsland voor 4,51 miljoen euro direct alweer te koop gezet. 

Ferrari zou echter Ferrari niet zijn als het niet al eens Formule 1-techniek in een straatauto zou hebben verwerkt. De gelimiteerde LaFerrari uit 2013 was voorzien van een zogenaamd kinetic energy recovery-systeem (KERS).

Op die manier kon energie teruggewonnen en opgeslagen worden, om vervolgens een elektromotor aan te drijven voor extra kracht.

Senna

Toen Honda als motorleverancier van McLaren in 1988, 1989, 1990 en 1991 de wereldtitels aaneen reeg, resulteerde dat eind 1989 in de lancering van de NSX. De auto baarde opzien door het gebruik van een aluminium monocoque chassis.

Ook het feit dat fabriekscoureur Ayrton Senna meehielp met het afstemmen van de vering en het verbeteren van het weggedrag sprak tot de verbeelding.

De terugkeer van Honda als motorleverancier van McLaren in 2015 viel samen met de lancering van de nieuwe NSX. De prestaties van de Formule 1-auto vielen tegen, die van de NSX daarentegen niet, mede dankzij aandrijving door een V6-motor met twee turbo's en drie elektromotoren.

Het geheel is goed voor een systeemvermogen van 581 pk en daarmee accelereert NSX in minder dan 3 seconden naar de 100 kilometer per uur. Inmiddels zit de Honda Formule-1 krachtbron achterin de Toro Rosso-auto.

1 miljoen euro

De autofabrikant McLaren heeft een geheel eigen link met de Formule 1 in de vorm van de Senna, een model vernoemd naar de drievoudig wereldkampioen.

De 1.189 kilo wegende supercar accelereert in slechts 2,8 seconden naar de 100 kilometer per uur. De 200 kilometer per uur staat na 6,8 seconden op de klok.De Senna haalt een topsnelheid van 340 kilometer per uur.

Er komen vier exemplaren naar Nederland. De klanten hier hebben ruim 1 miljoen euro voor de McLaren Senna betaald.

Renault

Bij Renault, de nieuwe leverancier van het McLaren Formule 1-team, zit de sterkste krachtbron in een Mégane RS. Het betreft een 1,8-liter turbomotor die goed is voor 280 pk.

Later dit jaar verschijnt er met de Mégane RS Trophy ook een 300 pk sterke variant van het blok. De auto accelereert in 5,8 seconden naar de 100 kilometer per uur en haalt een topsnelheid van 250 kilometer per uur.

In de nieuwe Alpine levert dezelfde krachtbron met 252 pk weliswaar minder vermogen, maar de auto van het nieuwe Renault-merk accelereert er wel in 4,5 seconden mee naar de 100 kilometer per uur.

Behalve McLaren levert Renault ook krachtbronnen aan Aston Martin Red Bull Racing. Daarnaast heeft het merk natuurlijk nog het eigen fabrieksteam, Renault Sport.

Terugkeer

Veel ogen zullen dit Formule-1 seizoen gericht zijn op Sauber. Niet vanwege de flitsende prestaties van afgelopen seizoen, maar vanwege die nieuwe naamgever van het team: Alfa Romeo.

De auto's zelf worden net als vorig jaar aangedreven door een Ferrari-krachtbron, maar in zekere zin is Alfa na dertig jaar 'terug' in de Formule-1, zij het als naamsponsor. Deze constructie is overigens niet uniek. Aston Martin is 'actief' in de koningsklasse via een vergelijkbare constructie met Red Bull. 

Liefhebbers van snelle Alfa Romeo's kunnen terecht bij de Quadrifoglio-uitvoeringen van de Giulia en Stelvio. De auto's worden net als de Alfa Romeo-Sauber Formule 1-wagen aangedreven door een Ferrari-motor, te weten een 2,9-liter V6 met 510 pk.

De Giulia haalt de 100 kilometer per uur in 3,9 seconden, de Stelvio zelfs in 3,8 seconden. Laatstgenoemde haalt een topsnelheid van 283 kilometer per uur, terwijl de Giulia doorloopt tot 307 kilometer per uur.

Bond-auto

Vanuit Williams F1 lopen er minder directe lijntjes naar straatauto's, maar ze zijn er wel degelijk. Zo werkt de Advanced Engineering-afdeling van de constructeur sinds juni 2013 samen met Nismo, de sportieve tak van Nissan.

Daarnaast was de afdeling in 2010 betrokken bij de ontwikkeling en bouw van de Jaguar C-X75. Hoewel het model nooit in productie is gegaan, is er wel met de plug-in hybride sportwagen gereden en getest. Bovendien was de auto te zien in de James Bond-film Spectre.

Net als de Mercedes AMG Project One wordt de Jaguar aangedreven door een 1,6-liter benzinemotor die bij 10.000 toeren een maximumvermogen van 502 pk levert. Daarnaast is de auto voorzien van elektromotoren, samen goed voor nog eens 390 pk.

Tijdens tests behaalde de C-X75 in minder dan 6 seconden een snelheid van 160 kilometer per uur en een top van 320 kilometer per uur. Volgens Jaguar is de auto op papier zelfs goed voor een topsnelheid van 350 kilometer per uur. Daarnaast heeft het model een volledig elektrische actieradius van 60 kilometer. 

Zo blijven de Formule 1-teams Haas F1 en Force India over, die beiden geen directe band hebben met een straatauto. De naamgever van Haas, aangedreven door Ferrari-motoren, is immers een fabrikant van werktuigmachines. 

Achter Force India, dat gebruik maakt van Mercedes-krachtbronnen, gaat het Indiase conglomeraat Sahara India Pariwar schuil. De roze kleur van de bolides dankt het team aan de sponsoring door het Oostenrijkse BWT, dat waterbehandelingstechnologie ontwikkelt.