BRUSSEL - De autohandel in West-Europa maakt moeilijke tijden door. In mei zijn er 1,25 miljoen personenwagens verkocht, 8 procent minder dan in mei vorig jaar. De brancheorganisatie ACEA, die de cijfers donderdag verspreidde, zoekt de oorzaak in de stagnatie van de markt en het langzame herstel van de economie.

Een ondergeschikte rol speelt het geringere aantal productiedagen in de automobielindustrie. In Duitsland, Griekenland en Oostenrijk waren dat er twee minder, in Nederland, België, Frankrijk, Italië, Portugal en Luxemburg was er dat één.

Over de eerste vijf maanden van dit jaar is daarmee de autoverkoop in West-Europa 3,8 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar.

Slechts drie landen haalden in mei positieve cijfers. Dankzij een sterke binnenlandse vraag steeg de verkoop in Groot-Brittannië (5,1 procent), in Denemarken (13,3 procent) en Finland (11,5 procent). Alle andere landen doken in het rood. In Nederland verkocht de handel ruim 44.700 personenwagens tegen bijna 50.000 in mei vorig jaar, een daling van 10,5 procent. De afzet over de eerste vijf maanden daalde met 6,4 procent van ruim 262.000 tot bijna 245.500 stuks.

De Volkswagengroep (VW, Audi, Seat, Skoda), Fiat en General Motors (Opel, Saab) zagen hun marktaandeel in mei zakken, terwijl PSA (Peugeot en Citroën) en Renault verder oprukten. Ook Japanse autofabrikanten zoals Toyota en Nissan boekten in mei een verkoopstijging.