Europa is niet langer 's werelds grootste autoproducent. China heeft dat stokje sinds vorig jaar van dit contient overgenomen.

Volgens de meest recente cijfers van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA) produceerde China in 2013 18,2 miljoen personenauto's. Dat is 27,6 procent van het totaal, bijna 66 miljoen stuks. De gezamenlijke BRIC-landen (China, India, Rusland en Brazilië, ook wel 'opkomende markten' genoemd) bouwden bijna 26 miljoen auto's. 

Europa was goed voor een aandeel van 22,3 procent, wat overeenkomt met 14,6 miljoen auto's. Daarna volgden Japan met 12,5 procent (8,2 miljoen auto's) en de zogenaamde NAFTA-regio, bestaande uit de VS, Canada en Mexico met 10,8 procent (7 miljoen auto's).

Zuid-Korea verzorgde 6,3 procent van de totale personenautoproductie, India 4,8 en Brazilië 4,2 procent. Terwijl de autoproductie in de meeste landen en regio's al jaren redelijk stabiel is, maakt China sinds het begin van deze eeuw een enorme groei door; werden er rond 2000 nog minder dan één miljoen auto's gebouwd, anno 2013 waren dit er dus al ruim 18 miljoen.  

De totale wereldwijde personenautoproductie groeide sinds 1997 van iets onder de 40 miljoen stuks naar 66 miljoen exemplaren. Als ook de commerciële auto's meegerekend worden, dan staat de teller in 2013 op 87 miljoen.