AMSTERDAM - Echt veel keuze was er niet op motorengebied bij de eerste generatie Ford Kuga. Bij de tweede poging komt Ford wel meteen met meerdere benzine- en dieselopties, dus het lijkt erop dat de voortekenen nu gunstiger zijn.

Ford introduceerde de Kuga in 2008 met alleen een 2,5-liter vijfcilinder turbo benzinemotor. Pas later volgde wat aardsere motoren in de vorm van diesels.

Bij de introductie van generatie twee pakt Ford het anders aan, want nu valt er al meteen wat te kiezen. Zowel bij de benzinemotoren als bij de zelfontbranders komen er twee variaties op hetzelfde blok beschikbaar.

Bij de benzinemotoren is dat de 1.6 Ecoboost, naar wens met 150 of 182 pk. Dieselen kan met een 2,0-liter TDCI in 140 of 163 pk gedaante. Vierwielaandrijving is in beide gevallen alleen op de sterkste variant leverbaar. Ook de Powershift-transmissie met dubbele koppeling is voorbehouden aan de sterkste optie, bij de benzinemotor is-ie zelfs verplichte kost.

Soepel en helder

Tijdens de introductie rijden we met de sterkste dieselvariant, gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak en aandrijving op alle vier de wielen. Over de zesbak hebben we weinig te klagen, de bak schakelt soepel en helder.

Ook de dieselmotor zelf stemt tevreden, al is het niet het meest beschaafde blok dat we ooit hebben gehoord. Bij vollast komen er toch wat ratelende geluiden het interieur binnen. In een tijd waarin dieselmotoren bijna onhoorbaar hun werk doen zouden we er bijna nostalgisch van worden.

Eenmaal op kruissnelheid is het geluid gelukkig al snel naar de achtergrond verdwenen. Aan kracht ontbreekt het bovendien niet, de 163 pk blijkt in de bergachtige omgeving van Valencia prima opgewassen tegen de bijna 1.700 kilo van de nieuwe Kuga.

Bekijk foto's van de Ford Kuga in groot formaat