Slechts handvol doorrijders voor de rechter

RIJSWIJK - Het Openbaar Ministerie en de politie weten geen grip te krijgen op de grote hoeveelheid automobilisten, die na een ongeluk doorrijdt.

Dat zegt Jelle Smits van het Waarborgfonds Motorverkeer in het AD van donderdag.

Uit onderzoek van de krant blijkt dat er jaarlijks 1100 gewonden vallen bij ongelukken, waarbij een automobilist het hazenpad kiest. Slechts 63 van deze doorrijders kwamen in 2011 voor de rechter.

''Zonder getuigen, signalement of kenteken houdt het op. Dat is geen onwil, maar de politie is afhankelijk van informatie'', aldus Ron Looijen van de Raad van Korpschefs in de krant.

Het waarborgfonds pleit voor een nationale campagne om mensen te waarschuwen. Zo zouden slachtoffers kentekens en signalementen moeten opslaan en waar mogelijk ook foto's nemen.

Boete

Volgens strafrechtadvocaat Richard van der Weide is het echter niet zo dat het merendeel van de doorrijders ermee wegkomt. ''In veel gevallen waarbij sprake is van blikschade of licht letsel, en waarbij de persoon nog geen strafblad heeft, wordt het voorval afgedaan met een boete of een strafbeschikking. In zo'n geval wordt diegene wel opgespoord, maar komt de zaak niet voor de rechter.''

Een dergelijke afhandeling komt in een aanzienlijk deel van de gevallen voor, aldus Van der Weide. ''Het ligt aan de ernst van het gebeuren en aan de persoon die doorrijdt. Vooral ernstige zaken worden opgespoord en berecht. De richtlijn bij minder ernstige zaken is dat de doorrijder een geldbedrag moet betalen. Het is zeker niet zo dat de politie daaraan geen aandacht besteedt.''

Iemand die doorrijdt na een ongeluk, moet zich binnen 12 uur melden. Anders riskeert hij een boete van 7800 en drie maanden celstraf.

Lees meer over:
Tip de redactie