AMSTERDAM - Als gevolg van de anti-Japanse sentimenten in China hebben de Japanse autofabrikanten Honda, Toyota, Nissan en Mazda besloten hun fabrieken in China tijdelijk stil te leggen.

Het getouwtrek over een paar eilanden heeft geleid tot veel anti-Japanse gevoelens bij de Chinezen, die hun woede uiten door onder alles wat Japans is te belagen.

Ook auto’s, autodealers en autofabrieken. Honda, Toyota, Nissan en Mazda hebben daarom besloten de productie tijdelijk stil te leggen.

Bij Honda betreft het op 18 en 19 september de tijdelijke sluiting van vier fabrieken in Guangzhou en Wuhan met een totale jaarcapaciteit van 820.000 auto’s. Mazda zet de band vanaf morgen vier dagen stil in de fabriek in Nanjing, dat het gezamenlijk runt met Ford en het Chinese Chongqing Changan Automobile.

Honda Motor liet weten de productie in alle vijf Chinese fabrieken tijdelijk te staken, Nissan doet hetzelfde met twee van hun drie fabrieken in China. Ook Toyota maakte bekend de productie te beperken zonder daarover uit te weiden.

Agressie

"De schade die is veroorzaakt door de natuurrampen is snel te repareren maar het duurt langer en kost meer moeite om de agressieve houding tegenover Japanse auto’s te laten verdwijnen", zegt Luo Lei van de China Automobile Dealers Association tegenover Automotive News.

Ook Toyota en Nissan hebben last van de ongeregeldheden. Een Toyota-dealerpand ging in vlammen op en Nissan overweegt om hun personeel in Peking morgen vrijaf te geven of thuis te laten werken. 

De verkopen van Japanse auto’s zitten de laatste tijd flink in de min, terwijl fabrikanten van Amerikaanse, Duitse en Zuid-Koreaanse auto’s wel goede zaken doen.