AMSTERDAM - Jaguar gooit het met de C-X75 supercar over een ongebruikelijke boeg; geen V12, V10, V8 of V6 maar een 1,6-liter vierpitter met turbo en compressor. Resultaat: een slordige 500 pk!

De uit 2010 stammende concept car van de C-X75 maakte gebruik van twee kleine gasturbinemotoren die hun kracht verdeelden over vier elektromotoren in de wielen. 

De productieversie van de super-Jaguar maakt gebruik van een in eigen huis ontwikkelde 1,6-liter viercilinder met turbo en compressor. Dit blok kan maximaal 10.000 tpm draaien. Die combinatie levert zo’n 500 pk en de auto krijgt daarbij assistentie van twee elektromotoren, eentje op de vooras en eentje achter. Daarmee moet de C-X75 volgens Jaguar in staat zijn tot een topsnelheid van 320 km/h en een 0-100-tijd in zo’n drie seconden.

Op alleen de elektromotoren, die worden aangedreven door een 200 kg wegend, watergekoeld accupakket van 600 volt , moet 0-100 in zes seconden mogelijk zijn. De actieradius van het batterijenpakket is 60 kilometer.

De benzinemotor ligt midscheeps in de koolstofvezel carrosserie, die werd ontwikkeld met hulp van het Williams F1-team. Het accupakket is nog geen 10 cm van de motor verwijderd. Op deze manier probeert Jaguar alle zware onderdelen zo veel mogelijk tussen de twee assen te plaatsen voor een zo gunstig mogelijke gewichtsverdeling. Dat geldt ook voor de versnellingsbak; een zeventraps gerobotiseerde handbak.

Geen bak met dubbele koppeling, die is volgens Jaguar namelijk 100 kg zwaarder. De aandrijfkrachten van de motor gaan naar de achterwielen maar omdat de elektromotor op de vooras altijd meewerkt, is de C-X75 feitelijk een vierwielaandrijver.

Jaguar is van plan om ongeveer 200 C-X75’s te bouwen, het Engelse Autocar schat de prijs tussen de 700.000 en 900.000 pond (ruim een miljoen euro). De productie start op z'n vroegst in 2013.

Bekijk foto's van de Jaguar C-X75 in groot formaat