AMSTERDAM - Het gebulder van motoren overheerst nog zelden in Zandvoort aan zee. De overheid gunt het plaatselijke racecircuit slechts 12 dagen per jaar onbeperkt herriemaken.

Op die spaarzame onrustige momenten komen de herinneringen boven aan de jaren dat het circuit aan de rand van de Kennemerduinen een vaste plek had in de Formule 1.

Niki Lauda was op 25 augustus 1985 de laatste winnaar van de Grand Prix van Nederland. In de 30 jaar daarvoor dromden tienduizenden jaarlijks samen in de duinen om grootheden als Alain Prost, James Hunt, Jackie Stewart en Jim Clark te zien winnen.

Sindsdien gaat het miljoenencircus op vier wielen aan Zandvoort voorbij en alles wijst erop dat dat voorlopig zo blijft. Europese landen raken steeds meer uit de gratie.

''De Formule 1 slaat zijn vleugels uit naar landen die nog onbekend zijn met de sport en waar mensen wonen die heel veel geld over hebben om een grand prix binnen te halen'', weet Jan Lammers, voormalig coureur in de Formule 1 en letterlijk een kind van Zandvoort.

Zijn wieg stond in de badplaats en hij groeide op bij het circuit. ''Ik zal niet zeggen dat de Formule 1 nooit terugkeert op Zandvoort, maar het is niet erg logisch. Landen waar een overdaad aan geld is en waar een politiek klimaat met een vleugje dictatorschap heerst, zijn nu in trek.''

Expansiedrift

De expansiedrift in de Formule 1 leidde de afgelopen jaren naar races in Abu Dhabi, Bahrein, China, Singapore en Zuid-Korea. Vorig jaar kwam India erbij, dit jaar is Texas nieuw en vanaf 2014 heeft Rusland een plek op de kalender.

''Ik denk dat het mijnheer Ecclestone, de grote baas van de Formule 1, niet eens zoveel uitmaakt waar een race wordt gehouden. Hij vangt het meeste geld met de uitzendrechten voor televisie. Publiek op de circuits is meer decoratie voor de tv-beelden'', aldus Lammers.

Erik Weijers, directeur van Circuit Park Zandvoort, deelt die visie. ''Hoe graag wij ook de Formule 1 zouden binnenhalen, het is financieel niet haalbaar. In West-Europa, waar de sport zijn wortels heeft, zijn overheden niet meer welwillend om te financieren. Ik weet dat iedere Formule 1-race met verlies draait.

Kosten

De kosten zijn zo hoog, die verdien je niet terug met kaartverkoop. Het kan alleen als multinationals of overheden die verliezen voor hun rekening nemen. Dat is ondenkbaar in Nederland. Wij hebben helaas geen suikeroom.''

De trend is nu dat de Formule 1 uit Europa weggaat naar landen waar de autosport nog nauwelijks is verreden, vervolgt Weijers. ''Maar het kan over een aantal jaren zomaar weer deze kant op bewegen. Bijvoorbeeld als de autofabrikanten of sponsors weer dichter bij hun publiek willen zijn.''

Randstad

Voor uitzendbedrijf Randstad, dat sinds 2006 de Formule 1-renstal van Williams sponsort, is een race in Nederland in elk geval niet relevant.

''Het belangrijkste doel is het vergroten van onze wereldwijde naamsbekendheid. Met name in markten waar Randstad zich geen grote reclamecampagnes op televisie kan veroorloven. De Formule 1 bereikt het grootste aantal tv-kijkers in de hele wereld, meer dan welke andere sport ook.''

''We zouden zo een race mogen houden'', zegt Weijers. ''We hebben nog altijd een Formule 1-licentie. Wel zou een flinke investering in het circuit nodig zijn. Een tribune met 30.000 overdekte plaatsen hebben we nu niet.

Maar de organisatie kunnen we zeker aan. Dat hebben we in 2006 nog bewezen met een race in de A1 GP. Er kwamen die dag 110.000 bezoekers en dat ging dankzij de inzet van heel veel vrijwilligers en verkeersregelaars probleemloos.''