AMSTERDAM - Meer dan drie jaar heeft Renault de wereld opgewarmd voor z’n eerste elektrische auto: de Fluence ZE. De Fluence ZE moest een auto worden waarvan de lege accu in enkele minuten vervangen kan worden voor een vol exemplaar.

Hiertoe zijn ze in Frankrijk niet op een leeg tekenvel begonnen, zoals bijvoorbeeld Nissan dat wel deed voor de Leaf of Chevrolet voor de Volt, maar is een auto aangepast die in basis bedacht was om op opkomende markten met een benzine- of dieselmotor verkocht te worden: de Fluence, een auto zonder poespas.

Omdat de batterij gewisseld moet kunnen worden zit het accupakket niet zoals bij de Chevrolet Volt en de Nissan Leaf onder de achterbank en middentunnel weggewerkt, maar staat hij rechtop tussen de achterbank en de kofferbak.

Rijdynamiek

Doordat de 280 kg zware batterij zo ver naar achteren (en ook nog ‘ns rechtop) staat wordt de rijdynamiek er niet beter op.

Wanneer je een beetje vlot de bocht om gaat merk je overduidelijk de ongunstige invloed op de ligging van het zwaartepunt van de maarliefst 1605 kg wegende auto. En dan te bedenken dat de voorkant juist 40 kg lichter is geworden t.o.v. de dieselversie.

Kofferruimte

Alle goede bedoeling ten spijt blijft er toch niet zo heel veel kofferruimte over. Er past slechts 317 liter in de achterbak.

Dat is 60 liter minder dan in de Mégane, ja zelfs in de Leaf gaat meer. En als we nou in Nederland een netwerk van wisselstations zouden hebben, dan zou je kunnen zeggen dat dit offers voor de goede zaak zijn, maar helaas: dat netwerk is er niet.