AMSTERDAM - Volgens onderzoek van het ING Economisch Bureau zijn moderne auto’s relatief gezien goedkoper dan hun voorgangers van begin jaren ’80. Tegenwoordig zou een nieuwe auto zo’n 20% minder kosten dan 30 jaar geleden.

Als voorbeeld neemt het onderzoeksbureau de Fiat Panda, één van de goedkoopste modellen die nu én toen op de markt was.

Een nieuwe Panda is er nu vanaf ongeveer €7.000, terwijl de prijslijst van het model in 1983 bij omgerekend €8.500 begonnen zou zijn. Relatief gezien is de Panda daarmee 18 procent goedkoper geworden.

Hogere segmenten

De trend is ook zichtbaar bij auto’s uit de hogere segmenten. Het bureau rekent voor dat de inflatie tussen 1996 en 2010 33% bedroeg, terwijl auto’s in diezelfde periode slechts 19% duurder zijn geworden.

Een auto die in 1996 €30.000 kostte zou nu €39.900 moeten kosten, maar de prijsstijging blijft beperkt tot €35.750.

Redenen voor de relatieve daling van de kosten zijn de technische vooruitgang, waardoor fabrikanten nu meer en sneller kunnen produceren dan voorheen. Ook zijn de auto’s van nu kwalitatief een stuk beter dan hun voorgangers, ze zijn zuiniger, veiliger en comfortabeler geworden.