Bij het verlenen van overheidssteun voor de auto-industrie bij het begin van de kredietcrisis, hing het voortbestaan van Chrysler aan een zijden draad.

Chrysler ontving begin 2009 een miljardenhulp van de Amerikaanse overheid om faillissement af te wenden. De stemming van de negen leden van het bail-out-team, die bepaalde of Chrysler die hulp zou krijgen, eindigde in 5-4 in het voordeel van Chrysler.

Het is destijds dus echt kantje boord geweest. Dat vertelt Steven Rattner, die was aangewezen als autotsaar door president Obama, aan de BBC Radio. Rattner was één van de negen leden van het bail-out-team.

TARP-fonds

De miljarden die GM en Chrysler ontvingen kwamen uit het TARP-fonds (Troubled Asset Relief Programme). Dat is opgericht om bedrijven te hulp te schieten die door de kredietcrisis failliet dreigden te gaan.

Vorige maand is dat fonds gesloten omdat het volgens het Amerikaanse congres te duur was en bovendien een verkeerd signaal uitzond naar banken en grote industrieën. Uiteindelijk is slechts de helft van de 700 miljard dollar uitgedeeld.

Enorm succes

Rattner beschouwt de redding van General Motors en Chrysler als een enorm succes. “Als die bedrijven hun poorten hadden gesloten, hadden ook de toeleveranciers moeten sluiten."

"Ford (dat geen overheidssteun vroeg) had evenmin nog bestaan omdat zij geen onderdelen meer konden krijgen. Daarnaast zou volgens Rattner ook nog een aantal niet-Amerikaanse merken om die reden zijn omgevallen.”

Hij vervolgt: “Ik denk dat elke cent die de belastingbetaler heeft gegeven aan de industrie wordt terugbetaald. Als de miljarden voor de auto-industrie er niet waren geweest, zouden er twee tot drie miljoen banen verloren zijn gegaan. Het TARP-fonds heeft er voor gezorgd dat een crisis zoals in de jaren ’30 is afgewend.”