De merkenrechten van het verdwenen Engelse automerk Alvis liggen bij Red Triangle. Daar zijn plannen om de productie van de beroemde 4.3 Litre weer op te starten.

Een bombardement op de fabriek in Coventry maakte in 1940 een einde aan de productie van de beroemde 4.3 Litre.

Die auto was in die tijd beroemd omdat het in die tijd de snelste auto zonder supercharger was – de Blower Bentleys kwamen hem natuurlijk voorbij. De geplande productie is dus nooit voltooid.

De merkenrechten van Alvis, dat in 1967 van het toneel verdween, liggen bij het Engelse Red Triangle. Dat is een bekende naam onder Alvis-rijders, want zij zorgen ook voor het onderhouden van de klassiekers die vandaag de dag nog rondrijden.

Bij het bedrijf zijn zelfs mensen in dienst die in de jaren ’60 de laatste motoren hebben gebouwd.

Oude tekeningen

Op basis van de oude tekeningen, aangevuld met moderne computertechniek, maken ze de 4.3 Litre weer klaar voor productie. Die moet dus 71 jaar na het laatste exemplaar weer opstarten.

De zes-in-lijn wordt gebouwd volgens het ontwerp uit 1936. “Het karakter en de kwaliteit zijn dus gewaarborgd,” aldus Red Triangle.

Meer pk's

Moderne techniek zorgt er voor dat de krachtbron aan de huidige emissie-eisen voldoet en een injectiesysteem en een motormanagement zorgt voor nog meer pk’s dan de oorspronkelijke 137.

“Het is een onderdeel van ons business plan, zegt Alan Stote van Red Triangle. “We willen service bieden aan de huidige Alvis-eigenaren en modellen herintroduceren in de geest van de Alvis-directie uit die tijd.”