AMSTERDAM - De lagere fiscale bijtelling voor zuinige auto’s is niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel. Dat heeft de Rechtbank van Den Haag bepaald.

Een leaserijder die de beschikking heeft over een auto waarover gewoon de volle 25 bijtelling moet worden berekend, had de zaak aangespannen. Hij vond dat er sprake is van discriminatie tussen mensen met een auto van de zaak waarvoor de 25 procent bijtelling geldt en personen met een auto van de zaak met een bijtelling van 14 procent.

De wetgever heeft naar zijn mening onjuiste criteria gehanteerd: de bijtelling representeert immers het privévoordeel en dat verschilt niet bij gebruik van auto’s met verschillende hoogten van de CO2-uitstoot.

De rechter vond echter wat juridische experts al eerder hebben gezegd: dat de overheid een grote mate van vrijheid heeft als het aankomt op belasting heffen en het verzinnen van maatregelen die ’sturend’ zijn.

"De wetgever heeft bij de keuze voor een gedifferentieerd percentage naar CO2-uitstoot in redelijkheid belang kunnen hechten aan haar doelstellingen het milieu te beschermen", aldus de Rechter.

"Voorts heeft de wetgever daarbij in redelijkheid kunnen aanhaken bij de CO2-uitstoot van auto’s, te meer nu daarvoor kon worden aansloten bij een reeds bestaande EG-richtlijn die voorzag in een relatief eenvoudig aan te brengen onderscheid en toetsingskader.

De wetgever heeft derhalve, zo al sprake is van gelijke gevallen, zijn ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden door voor minder milieu belastende auto’s een lagere bijtelling te hanteren dan voor minder milieuvriendelijke auto’s."

De klager overweegt overigens in hoger beroep te gaan, dus het verhaal is nog niet ten einde.