De ‘Rising Car Sculpture’ op de Mercedes-stand in Detroit is een voorbode van de tweede generatie CLS.

Mercedes-Benz steekt uitgebreid van wal over de artistieke waarde van de sculptuur, maar voor ons autoliefhebbers is het belangrijker om te zien dat ook de volgende generatie weer de typische CLS-daklijn krijgt. Het wordt weer een typische vierdeurscoupé dus, een genre dat de CLS min of meer geschapen heeft.

De nieuwe CLS staat op het platform van de E-klasse, maar Mercedes-Benz positioneert de auto qua prijs en standaardvoorzieningen tussen de E- en de S-klasse. Slim, want zodoende is de winstmarge op de vierdeurscoupé groter dan die van een E-klasse. Het ‘premiumgehalte’ van de CLS blijkt uit het potente motorenaanbod.

Turbodiesel

Het huidige model had alleen zes- en achtcilinders onder de kap, maar in de nieuwe verwachten we ook een CLS 250 CDI met 2,1-liter viercilinder turbodiesel (204 pk). Bij de benzineversies komen we in ieder geval de CLS 350 (272 pk) en de CLS 500 (388 pk) tegen. Topversie wordt andermaal de CLS 63 AMG, deze keer met 525 pk. Dat is 11 pk meer dan nu het geval is.

We moeten het nu na de NAIAS in Detroit voorlopig nog even met deze sculptuur (en ingepakte testauto’s, zie foto’s 6 en 7) doen, want Mercedes-Benz onthult de echte CLS pas op de Autosalon van Parijs. Die vindt in oktober plaats. Het is alweer 2011 als de peetvader van de vierdeurscoupés bij de dealers verschijnt.