Vooral in Engeland zijn ze erg populair: ultralichte auto’s die met relatief weinig vermogen alle exoten op het circuit declasseren. Denk dan niet alleen aan Lotussen en Caterhams, maar ook aan nog extremere producten als de Ariel Atom en de Radicals. Reynard doet nu ook een duit in het zakje met de Inverter.

Een afgetankte Inverter weegt slechts 400 kilogram. Momenteel heeft de auto een 1,0-liter motor uit de Honda Fireblade tot z’n beschikking. Het blok levert 175 pk bij een imposante 14.000 toeren. De motor uit een Hayabusa behoort echter ook tot de mogelijkheden. Die schopt het zelfs tot 250 pk. Mensen die liever iets meer rust hebben, kunnen ook kiezen voor een blok uit een gewone auto. De topsnelheid ligt op ongeveer 240 kilometer per uur. De Inverter is voorzien van een sequentiële zesbak en een Quaife-differentieel. In Engeland is de auto legaal voor straatgebruik.

De topsnelheid is natuurlijk niet de grootste kracht van dit type auto, het gaat om het bochtgedrag. Als de Inverter op racebanden staat, kan de bestuurder in de bochten krachten tot 4G ervaren, wat op het niveau van een Formule 1-auto is. Een deel van het ontwerp heeft dan ook plaatsgevonden in het voormalige Honda F1-testcentrum. De naam Reynard Racing Cars zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de constructeur heeft in de loop der jaren overwinningen behaald op Le Mans en in de Indy 500.