De Zuid-Koreaanse regering heeft gezegd dat het noodlijdende SsangYong geen hulp van de overheid kan verwachten. Daarmee ligt de bal bij de Chinese eigenaar van het merk.

Het bestaan van SsangYong, dat valt onder de vlag van het Chinese SAIC Motor, hangt aan een zijden draad. De productielijnen zijn drie weken dicht en de betaling van salarissen is uitgesteld. De Zuid-Koreaanse regering komt het bedrijf niet met hulp tegemoet. Ze vinden dat eerst SAIC maar meer geld in SsangYong moet investeren. Dat meldt Financial Times.

De perikelen rond de overheidshulp voor SsangYong worden in Zuid-Korea gezien als voorbeeld voor andere bedrijven die door de crisis zijn getroffen. Het is de generale repetitie voor hoe ver de overheid gaat om grote bedrijven te helpen.

De staatsbank Korea Development Bank heeft SAIC gevraagd om 171 miljoen euro beschikbaar te stellen om SsangYong te helpen. De vakbonden in Korea vinden dat SAIC sinds de overname niet de investeringen heeft gedaan die het heeft beloofd. SAIC en de vakbond liggen wel vaker met elkaar overhoop en in 2006 heeft als gevolg daarvan de productie al eens een maand stilgelegen.

In november zijn de wereldwijde verkopen van SsangYong met 63 procent gekelderd. Wij kennen het merk misschien alleen als maker van SUV’s maar het is ook een bekende fabrikant van vrachtauto’s en bussen. Er staat dus een gigant op omvallen.