De Amerikaanse president Bush heeft bekendgemaakt dat de autofabrikanten hun steun zullen ontvangen. Nu is er 13,4 miljard beschikbaar. In februari komt er nog eens vier miljard beschikbaar.

General Motors en Chrysler krijgen een lening van 13,4 miljard dollar van de Amerikaanse regering. Dat heeft president Bush bekend gemaakt op een persconferentie in het Witte Huis. Het geld komt uit het TARP-fonds (Troubled Asset Relief Program) dat aanvankelijk was bedoeld om de financiële wereld er weer bovenop te helpen. In februari komt er uit dat fonds nog eens vier miljard beschikbaar voor GM en Chrysler. Daarmee moeten de geplaagde autoconcerns het uitzingen tot maart. Beide bedrijven hadden aangegeven dat ze zonder de steun het einde van het jaar niet zouden halen.

Als de autofabrikanten niet voor 31 maart kunnen aantonen dat ze financieel levensvatbaar zijn, moeten ze de lening van de overheid meteen weer terugbetalen. Bush opteert er niet voor om de bedrijven failliet te laten gaan. Hij vreest dan een staking van autokopers en bovendien denkt hij dat de financiële crisis en de recessie er langer door zullen duren. Ook wil hij zijn opvolger niet met de afwikkeling van de bankroeten opzadelen. Als de concerns hun zaken echter niet op tijd op orde hebben, loert het gevaar van ‘Chapter 11’ echter nog steeds.

Bush vindt dat Chrysler en General Motors de steun hebben verdiend omdat hun zaken door de uitzonderlijke omstandigheden buiten hun schuld om ineens veel slechter zijn gegaan. “Normaal gesproken is het in Amerika logisch dat bedrijven die slecht presteren, failliet gaan,” verklaart Bush. Sinds 1980 zijn in de VS de autoverkopen niet meer zo schep gedaald als sinds de kredietcrisis. Begin december gaven de Amerikaanse ’Grote Drie’ aan dat ze 34 miljard dollar hulp nodig zouden hebben om de economische klappen te kunnen overleven.

Ford heeft te kennen gegeven (nog) geen overheidshulp nog te hebben. Zij willen hun kas vullen door Volvo binnen afzienbare termijn te verkopen.