Een eventueel faillisement van moederbedrijf General Motors heeft uiteraard grote gevolgen voor Opel. Voor de zekerheid heeft de Duitse fabrikant daarom maar een zware delegatie naar Bondskanselier Merkel gestuurd om steun te krijgen als een doemscenario werkelijkheid wordt.

Carl-Peter Forster, CEO van General Motors Europe, benadrukt dat Opel op de korte termijn zelf voldoende geld in de schatkist heeft. Maar het Duitse merk komt in de problemen als er geen geld meer uit de Verenigde Staten komt om de fabrieken draaiende te houden en te investeren in nieuwe modellen. Dat is al enigszins aan de orde, want vanochtend werd bekend dat in Detroit in het kader van de bezuinigingen is besloten dat de Opel Meriva pas in 2010 komt, een jaar later dan gepland.

Opel zou ongeveer 1 miljard euro aan staatssteun nodig hebben. Een woordvoerder van de Duitse regering is nog enigszins voorzichtig na de gesprekken: "We zullen er uiteraard alles aan doen om Opel te helpen, maar er zijn enkele strikte voorwaarden aan onze steun verbonden. Zo mag er geen sprake zijn van concurrentievervalsing ten opzichte van andere fabrikanten. Nog veel belangrijker voor ons is dat het Duitse geld niet wordt gebruikt om de Amerikaanse tak van General Motors te redden."

Opel heeft 25.000 Duitse werknemers in dienst, die werken in fabrieken in Russelsheim, Bochum, Eisenach en Kaiserslautern. Een algehele crisis in de Duitse auto-industrie zou enorme gevolgen voor het land hebben, want 1 op de 5 Duitsers is direct of indirect betrokken bij de productie van auto’s.