Voor 1,5 miljoen dollar doen Roy en Barbara Gullickson uit Calgary in Canada afstand van de merkrechten van het illustere Packard.

Pakcard is te koop. De naam, het logo, de ontwerpen, gereedschappen, reserveonderdelen en informatie over toeleveranciers mogen weg voor anderhalf miljoen dollar. Dat meldt persbureau Reuters. Daarmee is het na DeTomaso het tweede automerk in ruste dat wordt verkocht.

De naam en toebehoren van Packard zijn nu in handen van Roy en Barbara Gullickson die het in 1995 kochten. De grootste trofee die bij de deal hoort, staat in een garage even buiten Phoenix, waar het echtpaar vroeger woonde. Het is een prototype van een superdeluxe limousine met een aluminium V12 en een grote verchroomde grille. Die dateert uit 1998.

De historie van Packard gaat terug tot 1902. Het merk beleefde zijn hoogtijdagen in de roaring twenties met grote limousines. In 1958 is de laatste Packard gebouwd.

Tot nu toe hebben drie bedrijven ‘serieuze interesse’ getoond in de merkrechten. Welke bedrijven dat zijn, wordt niet gemeld. Volgens Gullickson is het prototype gebouwd met het idee de concurrentie aan te gaan met de meest luxe Europese merken. Erg groot is de ambitie met de auto nooit geweest: in het begin zouden twaalf exemplaren worden gebouwd en honderd in het jaar daarna. Om het prototype aan te passen aan de huidige zuiningheidstrend heeft Gullickson ook nog wat ideeën: “er zou een kleinere motor kunnen worden gebruikt, of hij zou op aardgas kunnen rijden,” verklaart hij.

Marktanalisten zien niets in een wedergeboorte van Packard omdat jonge kopers niets hebben met de merknaam. De voorzitter van de Amerikaanse Packard-club vindt desgevraagd dat het merk met rust gelaten moet worden. “Ik zou een nieuwe Packard niet kopen.”