Sinds de presentatie van de Tata Nano struikelen importeurs, pers en belangenverenigingen over elkaar heen over wanneer het autootje naar Europa komt. Nu geeft Tata zelf uitsluitsel.

Na de lancering van de Tata Nano in New Delhi, begin januari, was al meteen duidelijk dat Tata internationale plannen heeft met hun ‘volksauto’. Europa staat ook op de kaart. Vanuit Europa kwamen meteen stemmen op dat de auto door zijn lage veiligheidsnorm en relatief hoge uitstoot, niet geschikt zou zijn voor ons continent. Onlangs was er nog de Spaanse Tata-importeur die de auto in 2010 naar Europa wilde halen; desnoods niet als auto, maar als brommobiel. Een boel drukte om het kleine ding.

Nu is bij Tata het hoge woord er uit. Over vier jaar komt er een verbeterde versie van de Nano uit. Die is ook geschikt voor Europa. Hij voldoet aan de Euro V-emissie-eisen en aan onze botsnormen. Ook belooft de Indiase fabrikant dat Nano nummer twee aanmerkelijk zuiniger wordt. Het huidige model verbruikt een weinig indrukwekkende 1:20; ofwel vijf liter op 100 kilometer. De nieuwe moet 1:30 kunnen halen. Dat vertelt Tata-woordvoerder Girish Wagh. Wat al die veranderingen gaan doen met de lage prijs waarmee de Nano beroemd is, laat zich raden.

Op het moment kan Tata 500.000 auto’s per jaar bouwen. In de loop van de tijd moeten dat er een miljoen worden. Mogelijk wordt hij dan ook in Europa geproduceerd.